Veilig en Vitaal Verder

INHOUD

Voorwoord

Hoofdstuk 1: Inleiding

Hoofdstuk 2: Algemeen Bestuur en veiligheid
2.1 Visie
2.2. Samenwerking
2.3 Communicatie en PR (Public Relations)
2.4 Veiligheid

Hoofdstuk 3: Economische Zaken
3.1 Visie
3.2 Programmapunten

Hoofdstuk 4: Ruimtelijke Samenhang: stad en platteland in duurzame harmonie
4.1 Algemeen
4.2 Ruimtelijke ordening
4.3 Grotestedenbeleid (GSB)
4.4. Streekcentra Hardenberg en Steenwijk
4.5 Volkshuisvesting
4.6 Leefbaarheid kleine kernen

Hoofdstuk 5: Groen Overijssel
5.1 Land- en tuinbouw
5.2 Reconstructie en overig gebiedsgericht beleid
5.3 Plattelandsvernieuwing
5.4 Flora en fauna
5.5 Natuur en landschap
5.6 Water
5.7 Milieuzorg

Hoofdstuk 6: Verkeer en vervoer
6.1 Visie
6.2 Programmapunten

Hoofdstuk 7: Zorg, Welzijn, Onderwijs en Cultuur is investeren in mensen
7.1 Visie     
7.2  Vrijwilligerswerk
7.3 Zorg 
7.4 Onderwijs   
7.5  Sport    
7.6 Kunst en Cultuur

Hoofdstuk 8: Financiën
8.1 Visie
8.2 Programmapunten


Voorwoord

Veilig en Vitaal Verder

Voor u ligt het verkiezingsprogramma van het CDA-Overijssel voor 2003 tot 2007. Met veel plezier is er door de commissie, gewerkt aan de totstandkoming van dit programma.
U vindt overigens geen traditioneel programma voor u waarin alles is benoemd. Er worden in dit programma duidelijke keuzes gemaakt. Gekozen is voor een structuur met korte stukjes visie op een onderwerp en daarna concrete programmapunten. Punten waarop u de (kandidaat)statenleden van het CDA-Overijssel kunt aanspreken. Openheid, betrokkenheid en geïnspireerdheid zijn basiskenmerken voor onze kandidaten. Wij hopen dat zij met dit programma actief en onderscheidend kunnen werken.

Als voorzitter van de programcommissie wil ik graag de leden bedanken voor hun activiteiten. Zonder de heren Van Beers, Kleinherenbrink, Netjes, Schipper, Slijkhuis en Welten en de dames Morskate, Nap-Borger en Van Rijn-Honselaar, was dit programma er niet gekomen. Ik wil ook mijn dank uitspreken aan de adviseurs, de heren Ranter, Rietkerk, Kerssies en Timmerman en met hen alle zittende statenleden die een bijdrage aan de totstandkoming van dit programma hebben geleverd. Tot slot moet natuurlijk de secretaris van de commissie, die consciëntieus zijn taak vervulde, vermeld worden: Henk Schotman.

“Veilig en Vitaal Verder” is de titel die we aan ons programma hebben meegegeven. In de inleiding wordt hier verder op ingegaan. Het lijkt mij een enorme uitdaging om aan dit programma uitwerking te geven. Ik wens de nieuwe (kandidaat)statenleden een goede campagne en een geïnspireerde statenperiode toe!

drs. Ank Bijleveld-Schouten,
voorzitter programcommissie Provinciale Staten 2003-2007  


Hoofdstuk 1               Inleiding

“Veilig en Vitaal Verder” is de titel van het verkiezingsprogramma van het CDA-Overijssel voor de periode 2003-2006. De titel geeft de prioriteiten van het CDA aan.

Veiligheid in brede zin is een belangrijk thema dat bij de burgers van onze provincie leeft. De ramp in Enschede heeft vele inwoners in onze provincie duidelijk gemaakt dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. Veiligheid is een basistaak van de overheid. Burgers hebben terecht vragen hierover. Zij kunnen politici aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Een betrouwbaar en integer bestuur handhaaft de regels die het maakt. Soms kan je beter minder regels maken en die strak handhaven dan gedogen. Dat is een trend die in dit verkiezingsprogramma is te lezen. 

Vitaliteit vormgeven in Overijssel is een opdracht die aan onze nieuwe provinciebestuurders wordt gegeven. Vitaliteit heeft sterk met leefbaarheid te maken. Overijssel is een prachtige provincie met mooie natuurgebieden, die gekoesterd moeten worden. Overijssel is ook een landbouwprovincie; boeren met perspectief moeten zich hier kunnen ontwikkelen. In dit programma wordt daar nadrukkelijk aandacht aan besteed. Vitale steden zijn voor het economisch perspectief van onze provincie meer dan noodzakelijk. Ruimte voor stedelijke ontwikkeling zit dan ook in dit programma. Een nieuw punt in dit programma is het vitaliteitsfonds voor kleine kernen dat wij in verband met de leefbaarheid voorstellen. Vitaliteit vraagt ook dat verantwoordelijkheden op verschillende niveaus worden opgepakt en waargemaakt. De provincie zal in de komende periode haar partnerschap in de richting van gemeenten en organisaties nader invulling geven.

Het woord “Verder” staat in de titel voor het feit dat er in de afgelopen jaren veel gedaan is, maar er ook zeker nog veel moet gebeuren. Het CDA zal daarbij een open en toegankelijke bestuursstijl hanteren. Bij de totstandkoming van dit programma is dat ook al gebeurd. Via internet of op papier konden ideeën worden aangedragen voor dit verkiezingsprogramma. Een aantal van die ideeën vindt u ook terug.
“Verder” betekent ook dat het CDA vooral samen verder wil werken aan een betrokken Overijssel. In de visie van het CDA kunnen in een steeds diverser en mondiger samenleving oplossingen alleen gerealiseerd worden als mensen hun vrijheid en idealen in samenwerking met anderen vormgeven.
In dit kader zijn ook waarden en normen in onze samenleving van groot belang. Het CDA hoopt daar, vanuit haar uitgangspunten, in gesprek met de burgers in Overijssel verder vorm aan te geven. 

De visie van het CDA is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Gespreide verantwoordelijkheid: vrijheid komt het beste tot haar recht als mensen verantwoordelijkheid kunnen dragen voor zichzelf en naasten en derhalve ruimte krijgen eigen keuzes te maken waarbij de overheid zich beperkt tot haar kerntaken. Dan ontstaat ruimte voor een rijkgeschakeerde en solidaire samenleving.
  • Publieke gerechtigheid: een betrouwbare overheid moet op basis van vaste waarden de burger weer de zekerheid van de rechtstaat bieden en duidelijke grenzen stellen.
  • Solidariteit: vraagt om een betrokkenheid tussen generaties en tussen arm en rijk; het uitgangspunt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen wordt daarbij gehanteerd.
  • Rentmeesterschap: alleen als wij op een verantwoorde wijze omgaan met de aan ons toevertrouwde leefomgeving, de natuur en het milieu zorgen wij voor een duurzame welvaart ook voor volgende generaties.

De volgende hoofdstukken zijn geschreven vanuit de in deze inleiding beschreven achterliggende visie. Onze kandidaten zullen, vanuit een op het evangelie gebaseerde betrokkenheid, openstaan voor uw vragen en opmerkingen. Zij zullen actief de boer op gaan om te horen wat er leeft in Overijssel en om verantwoording af te leggen van de genomen besluiten. “Veilig en Vitaal Verder” wordt dan echt waargemaakt!


Hoofdstuk 2               Algemeen Bestuur en Veiligheid

2.1       Visie

Aan het openbaar bestuur mag de eis worden gesteld dat het doorzichtig, betrouwbaar en doeltreffend is. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat het bestuur doet wat het zegt en dat plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd. In het rapport van het Inter Provinciaal Overleg (IPO) "Op schaal gewogen" is geconstateerd, dat bij projecten van bovenlokale betekenis het opdrachtgeverschap niet of gebrekkig is georganiseerd. Er is op regionaal niveau behoefte aan een slagvaardig, herkenbaar en democratisch gelegitimeerd intermediair bestuur, dat zaken kan afdwingen en samenhangen weet te bewaken. In navolging van dit IPO-rapport ziet het CDA voor de provincie in deze een belangrijke rol weggelegd. De provincie dient zich te ontwikkelen tot een beweeglijk, communicatief bestuur met relatief weinig uitvoerende functies. Wel heeft zij een duidelijk profiel als ontwikkelaar van plannen, als opdrachtgever en als toezichthouder. Ze geeft richting aan beleid, bewaakt de uitvoering daarvan en demonstreert politiek leiderschap. De politieke en ambtelijke cultuur van de provincie dient zich verder in die richting te ontwikkelen.

Met het binnentreden in de 21e eeuw is een nieuw tijdperk aangebroken waarin politiek gekenmerkt dient te worden door transparantie, betrokkenheid van burgers en een betrouwbare overheid. Het CDA staat vernieuwing van de politiek voor waarin respect voor elkaar, saamhorigheid en verantwoordelijkheid naar de samenleving kernelementen vormen.

Met de voortschrijdende Europese ontwikkelingen neemt de internationale dimensie van het provinciaal bestuur toe. Dit vraagt om een alerte overheid die aanwezig is op die fronten waar actie plaatsvindt.  

2.1.1         Programmapunten (Algemeen)

2.1.1.1      De grootste fractie in de Provinciale Staten (PS) neemt na de verkiezingen het initiatief om te komen tot de vorming van een college van Gedeputeerde Staten (GS), dat kan rekenen op voldoende ondersteuning vanuit de Provinciale Staten.

2.1.1.2      Het bestuursakkoord voor Gedeputeerde Staten dient beperkt te blijven tot de hoofdlijnen van beleid voor de komende vier jaren; het door Gedeputeerde Staten op te stellen uitvoeringsprogramma dient concreet en resultaatgericht te zijn.

2.1.1.3      De leden van de Provinciale Staten dienen de komende jaren voldoende faciliteiten te worden geboden om hun nieuwe rol in het kader van de dualisering van het provinciebestuur mogelijk te maken. Dit betekent onder meer dat aan de fracties voldoende middelen beschikbaar moeten worden gesteld opdat zij zich kunnen voorzien van een inhoudelijke ondersteuning door middel van fractiemedewerkers.

2.1.1.4      De in de Provinciale Staten vertegenwoordigde fracties dienen aan het begin van de zittingsperiode afspraken te maken over de open stijl van besturen. Daarbij geldt dat de Provinciale Staten zich beperken tot de volksvertegenwoordigende functie, het formuleren van de kaders voor het provinciale beleid en het controleren van Gedeputeerde Staten. Het college van Gedeputeerde Staten dient voldoende ruimte te worden geboden om als bestuur te kunnen opereren.

2.1.1.5      Fracties die uit slechts één persoon bestaan wordt de gelegenheid geboden één lijstopvolger deel te laten nemen aan het commissiewerk.

2.1.1.6     De besluiten van Provinciale Staten dienen helder geformuleerd ter worden met meetbare doelen en beoogde effecten.

2.1.1.7      Het CDA streeft naar minder regelgeving, minder bureaucratie, kortere besluitvormingsprocedures en staat een consequente handhaving van de regels voor. Er dient in de komende periode een dereguleringsprogramma te komen, waarin alle provinciale regelgeving wordt getoetst op noodzaak en helderheid.  

2.2          Samenwerking

2.2.1        Gelet op de bestuurlijke vraagstukken die de komende jaren aan de orde zullen komen (regionale economie, infrastructuur, ruimtelijke ontwikkeling) zal de samenwerking met de provincie Gelderland de komende jaren worden geïntensiveerd.

2.2.2        Samen met Gelderland wil Overijssel een regioconvenant sluiten met het Rijk.

2.2.3        Er wordt onderzoek verricht naar de instelling van een gezamenlijke rekenkamer voor Gelderland en Overijssel.

2.2.4        Nagegaan moet worden of de doelstellingen die aan de gemeentelijke herindeling ten grondslag lagen, bereikt zijn dan wel op termijn bereikt worden. Het doel hiervan is te bepalen of er herijking moet plaatsvinden van de rol tussen de provincie en de gemeenten en te kijken of er in faciliterende zin nog iets moet gebeuren.

2.2.5        Nu de laatste jaren door middel van gemeentelijke herindeling een schaalvergroting van het lokaal bestuur heeft plaatsgevonden, dient de rol van de provincie zodanig te worden gewijzigd dat de bemoeienis van de provincie met het gemeentelijk beleid minder wordt.

2.2.6        Tussen de provincie Overijssel en de Overijsselse gemeenten dient aan het begin van de zittingsperiode een akkoord te worden gesloten over zaken waaraan men gezamenlijk wil werken en waarin ieders rol wordt vastgelegd.

2.2.7        Afzonderlijke convenanten worden gesloten tussen de grote steden Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo, Zwolle en de provincie waarin de doelen worden vastgelegd die men de komende zittingsperiode wil bereiken op fysiek en sociaal terrein. De provincie levert een financiële en inhoudelijke bijdrage aan de programma’s die men de komende jaren wil realiseren.

2.2.8        Het CDA hecht aan een goede samenwerkingsrelatie tussen provincie en de netwerkstad Twente (Almelo, Hengelo, Enschede en Borne), alsook Zwolle/Kampen en de Stedendriehoek waarin Deventer participeert. Samenwerking met de regio’s richt zich op de inhoud. Uitgangspunt daarbij is dat de netwerkstad zich als verlengde van het lokaal bestuur richt op de oplossing van de problemen binnen dit gebied en de relaties met de directe omgeving.

2.2.9        Het IPO blijft zijn rol als belangenbehartiger en overlegplatform voor de provincies vervullen. Een verdere uitbouw van de staf van het IPO wordt niet voorgestaan. Een kleine, hoogwaardige en slagvaardige organisatie is voor de genoemde rol het meest geschikt.

2.2.10    De CDA-fractie besteedt bijzondere aandacht aan de relaties met de collega-fracties in de buurprovincies.

2.2.11    Met het oog op de verdere ontwikkeling van de provincie zullen de internationale contacten van de provincie verder worden geïntensiveerd en benut. Genoemd kunnen worden de relatie naar de Europese Unie, de Euregionale samenwerking en de Neue Hanze Interregio.

2.2.12    Samen met de provincie Gelderland houdt de provincie een bureau in Brussel in stand dat de belangen van de provincie behartigt bij de Europese instellingen en de deelname van Overijssel aan Europese programma’s op pro-actieve wijze bevordert.

2.2.13    De bestaande relatie met Letland wordt voortgezet. Bijzondere aandachtspunten daarbij zijn informatie-uitwisseling en bieden van ondersteuning bij de verdere ontwikkeling van het openbaar bestuur in deze Baltische staat.  

2.3     Communicatie en PR (Public Relations)

2.3.1    Het CDA wil op een interactieve wijze de provincie besturen. Dit houdt in dat met behulp   van moderne communicatietechnologie de burger daadwerkelijk betrokken wordt bij het provinciale beleid. Experimenten met nieuwe vormen van burgerparticipatie dienen daarbij een kans te krijgen.

2.3.2    Om de deelname van burgers aan en de betrokkenheid bij het openbaar bestuur te vergroten zorgt de provincie voor een adequate voorlichting. De rol en de betekenis van de provincie voor haar burgers dienen breed te worden uitgedragen. Bijzondere aandacht verdient de voorlichting over de provincie via het onderwijs.

2.3.3    De provincie dient haar rol als regionale gebiedsregisseur op herkenbare wijze te vervullen. Dit betekent dat in het bijzonder aandacht moet worden geschonken aan de relaties met de doelgroepen van de provincie. De voorlichting en communicatie van de provincie dienen dan ook op deze doelgroepen te worden afgestemd. Jaarlijks zal de effectiviteit van het provinciale communicatiebeleid worden gemeten.  

2.4      Veiligheid 

2.4.1    Visie

Het thema veiligheid is uitgegroeid tot het belangrijkste politieke en bestuurlijke item van de laatste jaren. Mensen willen zich veilig voelen, zeker in hun eigen leefomgeving. Het CDA vindt veiligheid een grondrecht. Alleen in een veilige omgeving kunnen mensen zich ten volle ontplooien en onbelemmerd deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Veiligheid is niet alleen een onderwerp voor de overheid. Ook de burgers zelf hebben hierin hun verantwoordelijkheid. Dat neemt niet weg dat de burgers erop moeten kunnen vertrouwen, dat de overheid het maximale doet om de veiligheid in de samenleving te bevorderen en te garanderen. Het niet-naleven van regels en voorschriften zal niet worden gedoogd.

2.4.2     Programmapunten

2.4.2.1  De provincie Overijssel dient een betrouwbare overheid te zijn. Dit betekent dat afspraken worden nageleefd. Er wordt een strikt handhavingsbeleid gevoerd.

2.4.2.2  Door gerichte programma's en stimuleringsregelingen dient de veiligheid in Overijssel te worden vergroot. Om dit doel te bereiken zal de provincie samenwerken met gemeenten, justitie en andere instanties. Ook de verantwoordelijkheden van maatschappelijke organisaties en van het bedrijfsleven dienen helder in beeld te worden gebracht. Hier geldt een brengplicht voor de overheid, maar ook een haalplicht voor de particuliere sector. Voor wat betreft het veiligheidsbeleid zal de provincie haar signalerings- en platformfunctie verder uitbouwen.

2.4.2.3  Plannen die betrekking hebben op de inrichting van de leefomgeving van de inwoners van Overijssel dienen te worden voorzien van een veiligheidseffectrapportage.

2.4.2.4  De provincie vervult met betrekking tot de bevordering van de veiligheid een intermediaire en toezichthoudende rol. De provincie ziet erop toe dat de gemeenten tijdig zorgdragen voor de actualisering van rampen- en rampbestrijdingsplannen.

2.4.2.5  De provincie draagt in overleg met de gemeenten en andere instanties zorg voor de totstandkoming van risicokaarten voor het hele grondgebied van de provincie. De provincie draagt daarbij zorg voor de noodzakelijke eenduidigheid en uniformiteit, de bruikbaarheid voor de operationele diensten en voor de toegankelijkheid voor de burgers. Deze risicokaarten worden jaarlijks geactualiseerd. Ofschoon risico's in een samenleving als de onze niet helemaal zijn uit te sluiten, dient wel gestreefd te worden naar een beperking van veiligheidsrisco's.

2.4.2.6  Op Euregionaal niveau wordt de samenwerking tussen de Duitse en Nederlandse gemeenten en de operationele diensten (politie, brandweer en ambulance) met betrekking tot veiligheid verder inhoud gegeven. De bestaande belemmeringen bij grensoverschrijdende rampbestrijding en hulpverlening dienen te worden weggenomen.

2.4.2.7  Het CDA verwacht dat naast de overheid ook burgers zelf bijdragen aan de veiligheid in de samenleving. De provinciale Veiligheidsprijs is een goed instrument om initiatieven op dit vlak te waarderen en op positieve wijze onder de aandacht te brengen.  


Hoofdstuk 3                           Economische Zaken

NAAR EEN STERKE EN DUURZAME OVERIJSSELSE ECONOMIE

3.1       Visie

Voor een stabiel werkgelegenheidsklimaat is economische groei nodig. Onze samenleving heeft behoefte aan een overheid die zodanige voorwaarden schept dat ondernemers creatief en inventief in staat zijn goederen en diensten te produceren.

Overijssel zal dit bereiken door o.a. de kwaliteit van het vestigingsklimaat voor zowel nieuwe als bestaande bedrijven te verbeteren: voldoende bedrijfsterreinen, het optimaliseren van de bereikbaarheid, het –samen met andere organisaties - bevorderen van beschikbaarheid van voldoende geschoold personeel en een actieve bevordering van de algemene arbeidsparticipatie.

Het beleid wordt gericht op:

  • volledige werkgelegenheid met daarbij extra aandacht voor groepen met achterstand op de arbeidsmarkt zoals langdurig werklozen en allochtonen;
  • speciale aandacht voor het bevorderen van economische diversiteit in de verschillende regio's binnen de provincie;
  • het stimuleren van (nieuwe) werkgelegenheid voor met name talentvolle jongeren;
  • het treffen van voorzieningen om jongeren die hun opleiding niet kunnen afmaken geschikt te maken voor de arbeidsmarkt.

Overijssel profileert zich als de "Tuin van Nederland". In een tuin wordt gewerkt en genoten. In dit kader dient er een kwaliteitsslag gemaakt te worden. Economische activiteiten in de sector toerisme en recreatie worden gestimuleerd.

3.2      Programmapunten

3.2.1   Het Ruimtelijk Ordeningsbeleid is ondersteunend aan de beoogde economische ontwikkeling van Overijssel, zoals ten aanzien van de ontwikkeling van duurzame bedrijfsterreinen.

3.2.2   Er wordt een beleids- en actieprogramma opgesteld ten behoeve van de opwaardering (revitalisering, reconstructie, intensivering, multimodaal transport, enz.) van bestaande en in ontwikkeling zijnde bedrijfsterreinen. De behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen wordt afgewogen tegen de claims die ontstaan op de groene ruimte. De provincie richt zich op het beperken of compenseren van de door economische groei ontstane milieudruk.

3.2.3   Samen met gemeenten zal de provincie investeringsprogramma's opstellen die in het kader van de (TIPP-)regelingen bij het ministerie van Economische Zaken worden ingediend om een versnelling in de afstemming tussen vraag en aanbod te bereiken.

3.2.4   Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsterreinen wordt aandacht besteed aan multimodale transportmogelijkheden, waarbij duurzame inrichting en ontsluiting worden gestimuleerd.

3.2.5   De sociaal-economische ontwikkeling van plattelandsgebieden is drager van de leefbaarheid en moet veiliggesteld worden in onder meer de reconstructieplannen Salland-Twente en in het Gebiedsperspectief voor Noordwest-Overijssel. De provincie moet zich inzetten voor een gezonde economische basis en een goede kwaliteit van het landelijk gebied.

3.2.6   De grote steden in Overijssel zijn een belangrijke motor voor de economie. De provincie moet ervoor zorgen dat de steden zich kunnen blijven ontwikkelen, want door een goed vestigingsklimaat wordt de economie bevorderd.

3.2.7   Het stimuleren van innovatiemogelijkheden en van de informatie- en communicatietechnologie is van groot belang voor het Overijsselse bedrijfsleven in steden en dunbevolkte gebieden. De provincie zal zich hierop richten en initieert ook het opstellen en uitvoeren van een programma ter verbetering van de telematica-infrastructuur.

3.2.8   De luchthaven (airport Twente) is van economisch belang en kan op provinciale ondersteuning blijven rekenen als het regionale bedrijfsleven en de grootste gemeenten in de regio er in voldoende mate in participeren.

Voorwaarden zijn:

·        de aanwezigheid van de militaire vliegbasis;

·        het binnen een aanvaardbare milieubelasting blijven.

3.2.9   De provincie dient een actieve rol in het arbeidsmarktbeleid te vervullen en initiatieven te ondernemen in het terugdringen van hardnekkige werkloosheid. Ook moet de provincie aanjager zijn in het proces kansarme jongeren geschikt te maken voor de arbeidsmarkt met als doel voor deze jongeren duurzame werkgelegenheid te verwerven. Onderwijs en arbeid waaronder het voorkomen van het te vroeg beëindigen van een opleiding verdient extra aandacht.

3.2.10   Er wordt gestreefd naar een Kennispark Twente, waarin o.m. het bedrijfsleven en de Universteit Twente (UT) een rol spelen. De provincie bevordert dat de UT, in samenwerking met marktpartijen en overheden, een broedplaats kan creëren om te komen tot toepassing van nieuwe ideeën, technieken en technologieën, ten behoeve van het genereren van nieuwe economische activiteiten in Overijssel.

3.2.11   Een sterke, op Overijssel gerichte, ontwikkelingsmaatschappij draagt bij aan de versterking van de economie. De provincie geeft sturing aan deze maatschappij en zorgt dat de activiteiten ervan controleerbaar zijn en gericht zijn op alle delen in onze provincie met extra aandacht voor de minst kansrijke.

3.2.12   Een forse kwaliteitsimpuls voor het toeristisch-recreatief product in het gebied van de provincie (investeringen in infrastructuur, voorzieningen, samenwerking, enz.) is noodzakelijk. Een onderdeel is de investeringssubsidieregeling voor de kwaliteitsverbetering. Ook wordt een aanpak voor het regiospecifiek profileren en samenwerking met de belanghebbende partijen gepresenteerd.

3.2.13   Alvorens een beslissing te nemen over een randmeer bij Vollenhove-Kuinre is niet alleen de economische haalbaarheid bepalend maar ook de maatschappelijke wenselijkheid en de ruimtelijke inpassing.

3.2.14   De provincie stimuleert de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van Overijssel.

Zij doet dit:

  • in haar ruimtelijk ontwikkelingsbeleid;
  • door het stimuleren van productdifferentiatie;
  • het aanleggen van infrastructuur;
  • het brengen van samenhang in het recreatieve netwerk.

3.2.15   Ontwikkelingsmogelijkheden voor toeristisch-recreatieve bedrijven moeten ook gezocht orden in extensiverings- en verwevingsgebieden in het kader van de reconstructie van het landelijk gebied.


Hoofdstuk 4               Ruimtelijke samenhang:

STAD EN PLATTELAND IN DUURZAME HARMONIE

4.1      Algemeen

Ruimte is ook in Overijssel een schaars goed. Toch wil iedereen prettig en in een schone omgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Het ruimtelijk beleid dat het CDA in Overijssel voorstaat biedt kansen voor ontwikkeling en let erop dat stad en platteland elkaar in hun eigenheid versterken.

Stedelijke gebieden moeten zich kunnen ontwikkelen tot dynamische, stedelijke centra. Tegelijkertijd dient het landelijk gebied haar eigen specifieke eigenschappen te bewaren, waarbij er voldoende ruimte moet zijn voor ontwikkelingen. Voorzieningen moeten op peil blijven, wonen en werken moeten in balans zijn met natuurbehoud en landschapsbeheer en de eigen economische mogelijkheden moeten worden benut.

4.2     Ruimtelijke ordening

4.2.1    Visie

Het CDA in Overijssel streeft naar maatwerk in het provinciale beleid. Het CDA heeft oog voor natuur en landschap en voor de ontwikkeling van de steden en het platteland. Ruimtelijke ordening betreft niet alleen de nieuwe ruimtelijke inrichting maar ook het aanpassen van eerder ingerichte gebieden zoals het revitaliseren van bestaande bedrijfsterreinen en het inbreiden in steden, dorpen en kernen.

Binnen de randvoorwaarden van natuur en landschap wil het CDA meer mogelijkheden geven aan de plattelandsgemeenten om de eigen bevolkingsgroei op te vangen. Voor de vitaliteit en leefbaarheid van het platteland is van groot belang dat er voldoende ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Het streekplan zal daartoe op het onderdeel van de volkshuisvesting en de werkgelegenheid vervroegd moeten worden geëvalueerd en herzien. Het CDA wil daarbij naar een nieuw sturingssysteem voor de volkshuisvesting waarbij sturing op ruimtelijke kwaliteit vooropstaat. Het huidige kwantitatieve spreidingsbeleidsysteem dat uitgaat van sturing op bevolkingsaantallen kan daarmee komen te vervallen.

4.2.2      Programmapunten

4.2.2.1   Bundeling van wonen en werken in de steden blijft het uitgangspunt. Van belang daarbij is dat de steden zorg dragen voor een gevarieerd woningaanbod.

4.2.2.2   In en rond de steden moet voldoende "groen" aanwezig zijn voor zowel de natuur als recreatie en toerisme.

4.2.2.3   Het CDA wil, met inachtneming van de aanwezige natuur- en landschapswaarden, meer mogelijkheden bieden aan de plattelandsgemeenten. Het streekplan Overijssel 2000+ zal voor wat betreft het onderdeel volkshuisvesting en werkgelegenheid daartoe nog in 2003 worden geëvalueerd en herzien.

4.2.2.4   Het CDA wil een nieuw systeem voor de volkshuisvesting en woningbouw waarbij sturing op ruimtelijke kwaliteit centraal staat. Van belang is dat er ook voldoende ruimte is voor sociale woningbouw. Het huidige systeem van bevolkingsspreiding, dat uitgaat van sturing op bevolkingsaantallen, kan komen te vervallen.

4.2.2.5   Meervoudig en efficiënt ruimtegebruik en ondergronds bouwen worden gestimuleerd.

4.2.2.6   Het toezicht van de provincie op gemeentelijke plannen is terughoudend en doet recht aan de nieuwe bestuurlijke verhoudingen.  

4.3      Grotestedenbeleid (GSB)

4.3.1    Visie

Steden zijn economische en culturele motoren van vernieuwing en ontmoeting. Daarnaast hebben de steden te maken met (sociale) achterstanden. Dit maakt volgens het CDA een extra inzet van de provincie voor de steden nodig.

Een belangrijke meerwaarde van het Overijsselse GSB is de samenwerking tussen de provincie en de vijf steden: Almelo, Deventer, Hengelo, Enschede en Zwolle. Deze samenwerking wordt verder uitgebouwd.

Het CDA gaat ervan uit dat het Rijk een vervolg geeft aan het landelijk GSB. Maar ook als dat niet het geval zou zijn, is het CDA er voorstander van het Overijsselse stedenbeleid een vervolg te geven. Daarbij vindt het CDA dat de veiligheid meer aandacht moet krijgen in het provinciale GSB. Juist in de steden is de criminaliteit het grootst en zijn de gevoelens van onveiligheid het meest manifest.

4.3.2     Programmapunten

4.3.2.1  De samenwerking met Almelo, Deventer, Hengelo, Enschede en Zwolle in het kader van het provinciale GSB wordt uitgebouwd.

4.3.2.2  In dat kader is het CDA er voorstander van om het Overijsselse stedenbeleid een vervolg te geven waarbij resultaatgericht werken en minder bureaucratie vooropstaan.

4.3.2.3  Het provinciale grotestedenbeleid wordt uitgebreid met de pijler "veiligheid".

4.4      Streekcentra Hardenberg en Steenwijk

4.4.1    Visie

In Overijssel hebben Hardenberg en Steenwijk de functie van "streekcentrum". Zij hebben gezien hun ligging een extra functie op het gebied van wonen, werken en voorzieningen. Het CDA ondersteunt deze streekfunctie en wil deze verder uitbouwen.

4.4.2     Programmapunten

4.4.2.1  De samenwerking tussen de provincie en Hardenberg en Steenwijk wordt verder uitgebouwd.

4.4.2.2  De provincie stimuleert de versterking van de streekfunctie van Hardenberg en Steenwijk. Met beide gemeentebesturen worden - binnenkort - nieuwe convenanten afgesloten.

4.5       Volkshuisvesting

4.5.1     Visie

Wonen is een basisvoorziening. Dit betekent dat mensen moeten kunnen beschikken over geschikte en betaalbare huisvesting en een goede woonomgeving. De provincie heeft een belangrijke taak als het gaat om het organiseren van de afstemming tussen de diverse partners in dezen. Extra aandacht verdienen de ouderen, starters, asielzoekers, allochtonen en gehandicapten.  

4.5.2     Programmapunten

4.5.2.1  De grote steden moeten invulling kunnen geven aan hun taak als economisch en maatschappelijk kloppend hart van Overijssel. Daarvoor moet er gevarieerd gebouwd worden, waarbij de vraag van de woningzoekende centraal staat en niet het aanbod van de overheid. Op deze manier blijven ook de mensen met de hogere inkomens aan de stad gebonden.

4.5.2.2   De plattelandsgemeenten moeten voldoende woningbouwmogelijkheden hebben om hun eigen inwoners, die willen blijven wonen in het dorp waar ze geboren en getogen zijn en/of een sociale of economische binding daarmee hebben, op te kunnen vangen.

4.5.2.3   Starters en ouderen verdienen met name op het platteland de aandacht. Het CDA is voorstander van het (blijven) toepassen van bindingseisen zodat met name de jongeren en ouderen op de woningmarkt beschermd kunnen worden.

4.5.2.4   Van gemeenten wordt verwacht dat zij een actuele en goed onderbouwde woonvisie hebben. Bij het bepalen van de woningbouwmogelijkheden voor de gemeente(n) zal deze woonvisie het uitgangspunt zijn.

4.5.2.5   Inbreidingsplannen worden gestimuleerd via de speciale provinciale woningbouwpot. Dit betreft een van het totale provinciale woningbouwprogramma afgezonderde hoeveelheid woningen die kunnen worden ingezet voor inbreidingsprojecten en boerderijsplitsingen. De plannen die in aanmerking komen voor de woningen uit de woningbouwpot worden niet ten laste van het contingent gebracht. Indien bij de evaluatie blijkt dat het aantal woningen in deze woningbouwpot (250 per jaar voor een periode van 3 jaar) niet toereikend is, zal het aantal worden verhoogd.
Verder zal bij de herziening van het streekplan in 2003 worden bezien of er nog andere stimuleringsmogelijkheden voor inbreidingsplannen wenselijk en mogelijk zijn.

4.5.2.6   Het splitsen van boerderijen in meerdere wooneenheden moet mogelijk worden gemaakt.

4.5.2.7   Gezien de toenemende vergrijzing verdient de bouw van voldoende ouderenwoningen extra aandacht.

4.5.2.8   Het CDA wil dat de woningen waaraan een zorgfunctie is gekoppeld buiten het contingent vallen van de desbetreffende gemeente.

4.5.2.9   De bouw van meergeneratie- en levensloopbestendige woningen wordt gestimuleerd.

4.6        Leefbaarheid kleine kernen

4.6.1     Visie

De ontwikkeling in de agrarische sector en de terugloop van voorzieningen in de kleinere dorpen noodzaken tot een ruimtelijk plattelandsbeleid dat het hoofd biedt aan de negatieve consequenties daarvan. Het CDA wil een actief beleid van de provincie voor de instandhouding en versterking van de leefbaarheid op het platteland. Voorzieningen in kleine kernen, zoals de school en het verenigingsleven, moeten via creatief beleid in stand worden gehouden.

4.6.2     Programmapunten

4.6.2.1  Het CDA wil een vitaliteitsfonds voor de kleine kernen oprichten. Het doel van dit fonds is om de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen duurzaam in stand te houden door financiële ondersteuning van kleinschalige projecten. Te denken valt daarbij aan projecten voor bibliotheek, dorpshuis, huisarts, sport en andere voorzieningen die belangrijk zijn voor de gemeenschap in kleine kernen.

4.6.2.2  Hiertoe zal het Kulturhusconcept moeten worden verbreed en uitgebreid zodat kleine kernen via hun eigen "Kulturhus-op-maat" niet alleen beschikken over een ontmoetingsplaats, maar ook over een ruimte geschikt voor andere gebruiksfuncties, zoals zorgvoorzieningen (huisarts, fysiotherapie, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg, wijkverpleegkundige), politiespreekuur, bewegingslessen etc. Met de gemeenten en instellingen op zorggebied kunnen coalities worden gesloten om zo'n "Kulturhus-op-maat" te realiseren. Meerdere Kulturhusen worden zo per gemeente mogelijk. Het CDA realiseert zich dat een veelheid van eisen belemmerend werkt. Creativiteit van onderaf wordt beloond.


Hoofdstuk 5               Groen Overijssel

5.1       Land- en tuinbouw

5.1.1    Visie

Het proces van veranderingen in de land- en tuinbouw zal zich de komende jaren versneld voortzetten. Het CDA wil dat ondernemers in de gelegenheid worden gesteld om hun bedrijven aan te passen aan de veranderende omstandigheden. De aanwezigheid van een gezonde economische sector is immers van groot belang voor de leefbaarheid op het platteland. Ook voor de instandhouding van het Overijssels landschap is een sterke en vernieuwende agrarische sector onmisbaar. Tegelijkertijd zal echter ook het proces van bedrijfsbeëindiging doorgaan.

De provincie moet agrarische bedrijfsontwikkeling bevorderen en voorwaarden scheppen ter versterking van een duurzame, concurrerende en (voedsel)veilige landbouw. Het CDA vindt het daarbij belangrijk dat voor de sector duidelijkheid bestaat over regelgeving en ontwikkelingsmogelijkheden.

5.1.2     Programmapunten

5.1.2.1  Het CDA wil dat de provincie voorwaarden schept voor versterking van een duurzame, concurrerende en (voedsel)veilige land- en tuinbouw.

5.1.2.2  Het CDA zal daarbij de nadruk leggen op de kansen en ontwikkelingsmogelijkheden. De provincie heeft met name de taak om voorwaarden te scheppen zodat de agrarische ondernemers de ruimte hebben om te ondernemen.

5.1.2.3  De provincie vervult waar mogelijk een stimulerende en/of faciliterende rol voor de diverse groepen duurzaam ondernemende agrariërs:

  1. die zich richten op een groter productievolume;
  2. die zich vooral richten op specialisatie, bijvoorbeeld in de vorm van biologische landbouw;
  3. die neveninkomsten (willen) verwerven via natuurbeheer, streekproducten, agrotoerisme of andere vormen van plattelandsvernieuwing;
  4. die het agrarisch ondernemerschap (willen) combineren met een baan buitenshuis.

5.1.2.4  Het CDA vindt dat belemmeringen in de bedrijfsopvolging zoveel mogelijk moeten worden weggenomen en dat opvolging door jonge agrariërs die aan de hand van een perspectiefvol bedrijfsplan aan de slag willen, moet worden gestimuleerd. De provincie vervult zo nodig een bemiddelende rol richting de rijksoverheid.

5.1.2.5  Het instrument van kavelruil blijft van grote waarde voor een duurzame landbouw. Het CDA blijft dit stimuleren.

5.1.2.6  Er dient bij herbestemming van landbouwbedrijven te worden gekozen voor maatwerkoplossingen waarbij ook rekening wordt gehouden met de omgeving. De provincie denkt hierin creatief mee en werpt zo weinig mogelijk belemmeringen op.

5.1.2.7  Een tijdelijke inzet van een gebiedsmakelaar op regionaal niveau kan een positieve rol vervullen bij het veranderingsproces dat gaande is op het platteland. Samen met anderen is het CDA bereid om dit proces te faciliteren.

5.1.2.8  Het CDA wil dat de provincie adequaat inspringt op veranderingen in regelgeving van de Europese en landelijke overheid en de beleidsruimte maximaal benut.

5.2       Reconstructie en overig gebiedsgericht beleid

5.2.1    Visie

In een groot deel van de provincie is de Reconstructiewet van toepassing. Centraal daarbij staat kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Voor de leefbaarheid van het landelijk gebied is het belangrijk dat er voldoende bedrijven overblijven met een goed economisch toekomstperspectief. Daartoe is het onder meer van belang dat in het reconstructieproces voldoende mogelijkheden worden geboden voor combinatie en vermenging van "rode" en "groene" functies.

5.2.2     Programmapunten

5.2.2.1  Het reconstructieplan Salland-Twente dient met voortvarendheid te worden samengesteld en vastgesteld. Het CDA vindt het daarbij belangrijk dat de inwoners van het gebied worden betrokken bij de planvorming en de daaropvolgende uitvoeringsfase.

5.2.2.2  Het CDA is voorstander van het doorgaan met het gebiedsgericht beleid in de andere gebieden in onze provincie.

5.2.2.3  Van belang is dat er voldoende rijksmiddelen ter beschikking komen voor de reconstructie. De provincie reserveert voldoende middelen voor co-financiering van reconstructieprojecten en spant zich ook in om samen met de particuliere sector/marktpartijen op zoek te gaan naar andere financieringsmogelijkheden.

5.2.2.4  Het CDA is voorstander van een ruimte-voor-ruimte c.q. "rood-voor-rood”-regeling in het reconstructieplan. Deze regeling zal met name moeten worden toegepast in de plattelandsgemeenten. 
Het CDA wil deze regeling in het kader van het gebiedsgericht beleid ook toepassen in de andere delen van de provincie als dit leidt tot een kwaliteitsverbetering van het platteland.

5.2.2.5  Ook wil het CDA de “rood-voor-groen”-regeling bevorderen (bouw van woningen/gebouwen om natuur in stand te houden c.q. nieuwe natuur te realiseren).  

5.3       Plattelandsvernieuwing

5.3.1    Visie

Het CDA is groot voorstander van plattelandsvernieuwing omdat dit leidt tot verbreding en versterking van de economische structuur van het landelijk gebied. Een belangrijke verantwoordelijkheid is hierbij weggelegd voor de desbetreffende ondernemers zelf. Het is in eerste instantie aan hen om de aanwezige kansen op te pakken.

De provincie dient dit waar mogelijk te faciliteren en in haar ruimtelijk ordeningsbeleid voldoende ruimte te bieden voor vernieuwende vormen van verbreding van de plattelandseconomie.  

5.3.2     Programmapunten

5.3.2.1  Het CDA staat positief tegenover nieuwe initiatieven op het gebied van plattelandsvernieuwing.

5.3.2.2  De provincie moet in haar ruimtelijke ordeningsbeleid hiertoe voldoende ruimte bieden.

5.4       Flora en fauna 5.4       Flora en fauna

5.4.1    Visie

In de nieuwe landelijke Flora- en faunawet zijn de provincies verantwoordelijk voor o.a. de instelling van faunabeheereenheden en het goedkeuren van faunabeheerplannen, het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen, het aanwijzen van "beschermde" gebieden en de weidevogelbescherming.  

5.4.2    Programmapunten

5.4 2.1  Het CDA vindt dat de provincie – in het belang van bescherming van weidevogels en bedreigde of zeldzame soorten en om bedrijfsschade te voorkomen – een ruimhartig ontheffingenbeleid moet voeren op grond van de Flora- en faunawet.

5.4.2.2  Het CDA zal zich inzetten voor een snelle afhandeling van de te verlenen ontheffingen en vrijstellingen.

5.5       Natuur en landschap

5.5.1    Visie

Overijssel is een provincie met prachtige natuur- en landschapsgebieden. Deze moeten gekoesterd worden.
Het CDA wil dat in het natuur- en landschapsbeleid  een grote(re) rol wordt toegekend aan de particulier en wil in het kader van de realisering van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur de omslag van aankoop van grond naar particulier, agrarisch natuurbeheer stimuleren.  

5.5.2     Programmapunten

5.5.2.1  Het CDA zet zich in om de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur conform de landelijke doelstelling in 2018 te realiseren. Waar mogelijk en haalbaar wordt gestreefd naar een versnelling. Een en ander is wel afhankelijk van voldoende rijksmiddelen.

5.5.2.2  Het CDA blijft vasthouden aan het principe van vrijwilligheid bij de realisatie van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur.

5.5.2.3  Het behoud van en de zorg voor onze waardevolle natuur- en landschapsgebieden is van groot belang. Het gaat hier evenwel om beheer en behoud en niet om het bezit. Het CDA wil de omslag van aankoop van grond naar particulier, agrarisch natuurbeheer stimuleren. Daarom dienen natuur- en landschapsgebieden met een hoge natuurwaarde - ook in de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur - eerst dan te worden aangekocht wanneer alle andere vormen van beheer tekortschieten.

5.5.2.4  Agrariërs, particulieren en landgoedeigenaren hebben een belangrijke functie in het beheer van natuur en landschap. Waar mogelijk en wenselijk zullen zij worden ingeschakeld bij het beheer van natuur en landschap. Daar hoort een reële vergoeding met een langdurig perspectief tegenover te staan. De provincie blijft hierop aandringen bij de rijksoverheid.

5.5.2.5  Het CDA wil zich inzetten voor financiële ondersteuning van het natuur- en landschapsonderhoud door middel van een op te richten "fonds" waaruit "groene diensten” beloond kunnen worden. 

5.5.2.6  Landschap en het ondernemen in het landschap worden op een evenwichtige manier op elkaar afgestemd.

5.5.2.7  Landschaps- en natuurgebieden moeten bereikbaar en toegankelijk zijn zodat de mensen ook daadwerkelijk kunnen genieten van de waardevolle omgeving.

5.5.2.8  Lichtvervuiling in natuurgebieden wordt, indien het niet ten koste gaat van de sociale veiligheid, tegengegaan.

5.6       Water

5.6.1    Visie

Water is van groot maatschappelijk belang. De bescherming tegen overstroming en het voorkomen van wateroverlast vragen extra aandacht. Essentieel daarbij is dat water meer ruimte krijgt en daarom als een medeordenend principe wordt gehanteerd bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Een breed draagvlak hiervoor bij burgers, overheden en maatschappelijke organisaties is van belang.

5.6.2    Programmapunten

5.6.2.1 Samen met partners in de waterketen (waterschappen, gemeenten en drinkwaterbedrijf) zet de provincie zich in voor een goed ketenbeheer en een integrale aanpak van de waterproblematiek.

5.6.2.2 Vanwege het grensoverschrijdende karakter is niet alleen interprovinciale maar ook internationale samenwerking op het gebied van water geboden.

5.6.2.3  Meervoudig grondgebruik kan meer mogelijkheden voor water, natuur en/of landbouw bieden. Daar waar mogelijk worden de doelstellingen voor natuur en water met elkaar gecombineerd, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht.

5.6.2.4 Het CDA vindt het gewenst dat nationale en Europese geldstromen voor landbouw, natuurontwikkeling en water zoveel mogelijk in samenhang worden ingezet.

5.6.2.5 De provincie neemt het voortouw in het regionale waterbeleid voor wat betreft de veiligheid van de burgers. Een nadrukkelijke samenwerking met de waterschappen, de gemeenten en Rijkswaterstaat is daarbij onontbeerlijk.

5.7      Milieuzorg

5.7.1    Visie

In het kader van goed rentmeesterschap verdient het milieubeleid alle aandacht.  

5.7.2    Programmapunten

5.7.2.1  Initiatieven op het gebied van groene energie worden gestimuleerd en ondersteund.

5.7.2.2  Het CDA vindt dat de provincie een actieve rol moet spelen bij het oplossen van de problematiek van asbest en andere de volksgezondheid bedreigende zaken.  


Hoofdstuk 6               VERKEER EN VERVOER

6.1      Visie

Wij leven in een samenleving waarin mobiliteit niet meer is weg te denken. Verkeer speelt een belangrijke rol in ons leven. Gezien de ligging van Overijssel in Nederland lopen door deze provincie zowel de oost-west-verbindingen als de verbindingen tussen het zuiden en het noorden. Het is van belang om binnen Overijssel te beschikken over een goed verkeersnet. Goede verbindingen zijn essentieel voor de economie. Gewezen kan worden op het woon-werkverkeer en het goederenvervoer. Er dient derhalve zorg te worden gedragen voor een optimale bereikbaarheid.

Van belang is ook dat de wegen voldoende veilig zijn. Door gerichte veiligheidsprogramma's is het aantal verkeersslachtoffers de laatste jaren teruggedrongen. Dit ondanks een toename van de verkeersintensiteit. Deze lijn dient de komende jaren te worden voortgezet.

Ook in onze vrije tijd trekken wij er graag op uit. In toenemende mate wordt de fiets gebruikt voor recreatieve doeleinden. Het is van belang dat ook de komende jaren wordt geïnvesteerd in een goed net van fietspaden. Vrijliggende fietspaden dragen bij aan de veiligheid van schoolroutes.

Naast het verkeer over de weg is ook aandacht nodig voor het vervoer via water, het spoor en de lucht. De laatste jaren is een stijging waarneembaar in het gebruik van deze verkeersmogelijkheden.

6.2      Programmapunten

6.2.1   Knelpunten in de bereikbaarheid van het wegverkeer in Overijssel dienen te worden opgelost. Vaak gaat het om knelpunten in wegen die tot de verantwoordelijkheid van het Rijk behoren. De provincie zal richting Rijk actie ondernemen om deze knelpunten op te heffen. Knelpunten op provinciale wegen dienen uiteraard door de provincie zelf te worden aangepakt. Concreet betekent dit, dat de komende jaren aandacht dient te worden geschonken aan:

  • A1. Op korte termijn dienen benuttingsmaatregelen te worden getroffen door de aanleg van spitsstroken. Zo snel mogelijk dienen 2 x 3 rijstroken te worden gerealiseerd. Gestreefd wordt naar goede aansluitingen op het Duitse autowegennet.
  • A 28. Op korte termijn dienen benuttingsmaatregelen te worden getroffen door de aanleg van spitsstroken. Zo snel mogelijk dienen 2 x 3 rijstroken te worden gerealiseerd. Aldus wordt een begin gemaakt met de oplossing van de verkeersproblematiek rondom Zwolle.
  • A 18. Op korte termijn dienen de knelpunten in Haaksbergen en Usselo te worden opgelost. Op langere termijn dient een autosnelweg te worden gerealiseerd.
  • N 340/N 34. Deze weg dient de komende jaren als stroomweg te worden uitgevoerd met inbegrip van de omleiding langs Ommen.
  • N 35 en A 35. De tracéprocedure voor de aansluiting op de A 28 (Wythmen-Zwolle) dient te worden opgestart. De verbinding tussen Almelo en Zwolle dient tussen Almelo en Wierden als autosnelweg en tussen Wierden en Zwolle als autoweg te worden uitgevoerd. De knelpunten in Nijverdal zullen door een combiplan (spoor en weg) worden opgelost. Het deel tussen Azelo en Buren dient te worden uitgevoerd als 2 x 3 autosnelweg. Voorts dient de komende jaren aan de oostzijde een aansluiting te worden gerealiseerd op de A 31 in Duitsland.
  • N 50. Aanleg van de brug bij Ramspol in 2 x 2 rijstroken. Op langere termijn dient de weg tussen Hattemerbroek en Emmeloord te worden verbreed.

6.2.2    De wegencategorisering wordt de komende jaren voortgezet en wordt periodiek geëvalueerd. Op stroomwegen (100 km), op gebiedsontsluitingswegen A (80 km) en op erftoegangswegen (60 km) dienen zo min mogelijk obstakels in de vorm van rotondes, chicanes en verkeersdrempels te worden gerealiseerd.

6.2.3    Bij herinrichting van provinciale wegen en aanpassing van traversen vindt een actieve participatie plaats van aanwonenden en weggebruikers.

6.2.4    Naast de auto als vervoermiddel voor het woon-werkverkeer dienen goede alternatieven te worden ontwikkeld. Dit kan door zorg te dragen voor een goed openbaar vervoer en een goed fietspadennet rondom de grote steden. Openbaar vervoer en de fiets zijn ook de ideale vervoermiddelen van en naar school.

6.2.5    Om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren dient de aansluiting van trein en bus op aanvullend vervoer, als fiets en auto, van goede kwaliteit te zijn. Bij trein- en busstations dient voor voldoende fietsstallingen en parkeerplaatsen te worden gezorgd. Een gezamenlijke actie van gemeenten, vervoersmaatschappijen en provincie is hier noodzakelijk.           

6.2.6    Het gebruik van de fiets zal worden gestimuleerd. Dit geschiedt door de aanleg van vrijliggende fietspaden en door subsidies op aanleg van fietspaden door gemeenten in het landelijk gebied voor zowel utilitair als recreatief gebruik.

6.2.7    Bijzondere aandacht wordt besteed aan de veiligheid van de schoolroutes tussen de diverse kernen.

6.2.8    De komende jaren dienen lightrailprojecten te worden gestimuleerd in Twente (netwerkstad) en de Stedendriehoek (Deventer-Apeldoorn-Zutphen).

6.2.9    Vanuit haar opdrachtgevende rol bij de aanbesteding van regionale spoorlijnen zal de provincie in samenwerking met vervoerders, gemeenten, beheerders van stations en railinfrastructuur ernaar streven kwaliteitsverbetering te realiseren.

6.2.10   Het collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi) in West-Overijssel zal worden geëvalueerd. Waar mogelijk zullen verbeteringen worden doorgevoerd. Met de regio Twente zal overleg worden gepleegd over het collectief vraagafhankelijk vervoer in deze regio.

6.2.11   De provincie draagt zorg voor een goed regionaal openbaar vervoer in West-Overijssel. Dit betekent adequate verbindingen tussen de diverse kernen, waarbij rekening wordt gehouden met de verkeersstromen en de aantrekkende werking van de grote steden. Het openbaar vervoer dient verder enerzijds betaalbaar te blijven voor de consument en anderzijds zo rendabel mogelijk te worden georganiseerd. Over het beleid op dit terrein vindt afstemming plaats met de regio Twente.

6.2.12   Transport van goederen per spoor en over het water zal worden bevorderd. Ook de mogelijkheden om vervoer via weg en spoor of water te combineren worden geïntensiveerd. Daartoe dient de combiterminal te Hengelo te worden uitgebouwd en een containerterminal bij de in Kampen te realiseren zeehaven te worden aangelegd.  Het CDA wil dat besluitvorming over de combiterminal in Oldenzaal plaatsvindt in 2003.

6.2.13   Ter bevordering van het vervoer over het water dienen de bestaande knelpunten in het vaarwegennet te worden opgeheven. De provincie zal richting Rijk actie ondernemen.

Concreet gaat het daarbij om:

  • voldoende doorvaarthoogte Twentekanalen;
  • verdieping van de vaargeulen in Twentekanalen;
  • aanpassing bediening sluizen Twentekanalen;
  • uitbouw kanaal Almelo-Coevorden door verbreding vaarweg en vervanging van enkele bruggen;
  • bevordering en verdieping vaargeul Kampen-Kornwerderszand;
  • verbreding vaargeul en aanpassing enkele bochten in Meppelerdiep en de aanleg van een nieuwe schutsluis te Zwartsluis;
  • het uitdiepen van de IJssel, teneinde de vaargeul op peil te houden.

6.2.14   Het CDA vindt dat de Hanzespoorlijn tussen Zwolle en Lelystad zo snel mogelijk moet worden aangelegd. De lijn is zowel voor het goederenvervoer als voor het personenvervoer van belang. Studie moet worden verricht naar een doortrekking van deze lijn naar Almelo.

6.2.15   De bevordering van de verkeersveiligheid blijft hoog op de politieke agenda staan. Dit geschiedt door gerichte voorlichtingsprogramma's, het terugdringen van verkeersstromen door woonkernen, het voorkomen van achterstallig onderhoud op provinciale wegen en het handhaven van verkeersregels.

6.2.16   Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de routering van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg. Uitgangspunt daarbij is, dat in beginsel geen vervoer plaatsvindt door woonwijken. Waar dit uitgangspunt niet gehanteerd kan worden, zullen met de vervoerders afspraken worden gemaakt over de veiligheid en de uitsluiting van risico's.

6.2.17   De spooremplacementen en rangeerterreinen in Almelo, Hengelo, Enschede en Oldenzaal dienen om redenen van veiligheid te worden verplaatst. Hierover zal overleg plaatsvinden met het Rijk, de desbetreffende gemeenten en de beheerders van de railinfrastructuur. 


Hoofdstuk 7               Zorg, Welzijn, Onderwijs en Cultuur is investeren in mensen

7.1      Visie

Kwaliteit van leven heeft alles te maken met de leefomgeving, de leefbaarheid en sociale betrokkenheid van mensen. Kortom met het gevoel van mensen dat ze ergens bijhoren.
Actieve betrokkenheid van inwoners bij het maatschappelijk leven vergroot het gevoel van welzijn.
Voor alle inwoners van onze provincie - jong en oud, autochtoon en allochtoon, man en vrouw - is het van belang dat er goed bereikbare, toegankelijke en diverse maatschappelijke voorzieningen zijn, zowel in de stad als op het platteland.  
In het welzijnsbeleid zal de provincie vooral kaders stellen, knopen doorhakken en organisaties en instellingen bij elkaar brengen en faciliteren. Een heldere, coördinerende taak van de provincie is ook op het terrein van de volksgezondheid van belang. Het CDA houdt steeds een versterking van sociale verbanden voor ogen en ondersteunt initiatieven op levensbeschouwelijke basis. Vrijwilligers zijn onmisbaar in onze samenleving. Zij zijn het cement van de samenleving geworden en moeten dat kunnen blijven. Dit geldt op het gebied van zorg en welzijn maar ook binnen sport en cultuur.
Regiovisies in de zorg zijn een goed middel om tot coördinatie en afstemming te komen, de vraag van patiënten zal het uitgangspunt zijn.
Het onderwijs is een essentieel onderdeel van de sociaal-economische structuur van de provincie. Via het onderwijsbeleid wil de provincie een versterking realiseren van de sociale kwaliteit, het welzijn van de burgers, een goed functionerende arbeidsmarkt en de betrokkenheid van burgers bij de Overijsselse samenleving.  

7.2      Vrijwilligerswerk 7.2     

7.2.1    Met de jaarlijkse uitreiking van de Overijsselse Vrijwilligersprijs voor de verschillende categorieën geeft de provincie uiting aan haar waardering voor de inzet van de vele vrijwilligers in het algemeen en van de genomineerden in het bijzonder.

7.2.2    Vrijwilligerswerk dient voldoende ondersteund te worden door o.a. voorbereidingscursussen, regelmatige deskundigheidsbevordering en het scheppen van mogelijkheden om ervaringen uit te wisselen.

7.3       Zorg

7.3.1    Het CDA bevordert coördinatie tussen zorgvragers, zorgaanbieders en zorgfinanciers.

7.3.2    De provincie blijft gebiedsgerichte visies op de zorg ontwikkelen, waarbij de relatie tussen wonen, arbeid, vervoer en zorg een voorwaarde is. Bereikbaarheid is in de zorg van levensbelang. In dit verband schenkt het CDA extra aandacht aan het behoud van kleine ziekenhuizen als basisvoorziening.

7.3.3    Voldoende aanbod van huisartsen wordt gestimuleerd.

7.3.4    Uitbreiding van het aantal zorgboerderijen voor zowel dag- en nachtopvang wordt ondersteund.

7.3.5    De provincie houdt het aantal verpleeghuisbedden in stand en waar nodig wordt dit aantal uitgebreid.

7.3.6    Het CDA stimuleert het zodanig spreiden van de standplaatsen voor ambulances en andere vormen van spoedeisende hulp dat alle inwoners van Overijssel binnen de vastgestelde tijden bereikt kunnen worden.

7.3.7    Structurele ondersteuning van patiënten- en consumentenplatforms wordt gestimuleerd.

7.3.8    Grensoverschrijdende samenwerking met andere provincies en Duitsland wordt ondersteund.

7.3.9    Door schaalvergroting is het aantal identiteitsgebonden zorg- en welzijnsinstellingen sterk afgenomen. Dit leidt tot verschraling. De provincie heeft tot taak deze verschraling tegen te gaan door bijvoorbeeld nieuw particulier initiatief te honoreren.

7.3.10  Het provinciaal kader jeugdzorg is richtinggevend voor het jeugdbeleid. In de nieuwe wet op de jeugdzorg staat centraal dat ieder kind recht heeft op zorg. De provincie voert op zodanige wijze de regie dat dit ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.

7.3.11  De jeugdzorg moet laagdrempelig en dichtbij huis zijn.

7.3.12  Het vrijwillig jeugdwerk is een onmisbare schakel in de pedagogische infrastructuur. Het CDA vindt dat dit stimulering verdient.

7.3.13  In de jeugdzorg zal de aandacht met name op de preventieve kant gericht worden.

7.3.14  Ouderenbonden worden ondersteund.

7.3.15  De deelname van ouderen aan advies- en besluitvormende organen in de provincie wordt vergroot.

7.3.16  De nabijheid van voorzieningen is van belang. In die zin wordt spreiding van instellingen bevorderd.

7.3.17  Het levensloopbestendig wonen wordt gestimuleerd.

7.3.18  Daar waar de mogelijkheid zich voordoet, moet palliatieve zorg gestimuleerd worden, onder andere in de vorm van hospices, waarin de laatste levensfase op een waardige wijze kan worden doorgebracht.

7.4      Onderwijs

7.4.1   De provincie wil een bijdrage leveren aan het bevorderen van de participatie van allochtone jongeren in het onderwijs.

7.4.2   De aanpak van voortijdig schoolverlaten zal worden versterkt.

7.4.3   De aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt zal extra aandacht krijgen.

7.4.4   De provincie zal met het oog op bovengenoemde aanpak samen met onderwijsinstellingen, gemeenten en het bedrijfsleven regiovisies opstellen.

7.4.5   In haar adviserende rol zal de provincie nadrukkelijk rekening houden met vraag en aanbod in de regio.

7.4.6   De provincie stimuleert initiatieven rond de brede school.

7.5      Sport

7.5.1   De beoefening van zowel beroeps- als amateursport wordt bevorderd door o.a. ondersteuning van besturen en vrijwilligers van sportinstellingen.

7.5.2   Breedtesport wordt actief gestimuleerd ten behoeve van socialisatie, integratie en gezondheid.

7.5.3   De Sportraad in Overijssel blijft zijn stimulerende en activerende functie vervullen.

7.5.4   Professionele sportevenementen met een uitstralingseffect worden voor de promotie van Overijssel ondersteund.

7.5.5   Sport voor gehandicapten en ouderen verdient speciale aandacht bij het subsidiebeleid.

7.6      Kunst en Cultuur

7.6.1   Het CDA wil uitingen van kunst en cultuur dichter bij mensen brengen. In het kader van het subsidiebeleid is dit een criterium. Beroepsmatige en amateurkunst dienen goed gespreid te worden over de provincie.

7.6.2   Waardevolle monumenten, beeldbepalende objecten en panden van bijzondere architectonische kwaliteit en cultuurhistorische betekenis worden zorgvuldig in stand gehouden.

7.6.3   Ontwikkeling van de eigen regionale cultuur (waaronder streektaal) en identiteit in (delen van) Overijssel wordt gestimuleerd.

7.6.4   De Overijsselse professionele theater- en muziekgezelschappen worden actief ingezet in het kader van de promotie van cultuur in onze provincie en van de provincie in Nederland.7.6.5   Het Kulturhusconcept als ontmoetingsplaats voor culturele en maatschappelijke en zorgfuncties wordt verder over de provincie verspreid (zie ook 4.6).

7.6.6    Het CDA wil in Overijssel de samenwerking tussen bibliotheken en onderwijs stimuleren op het terrein van media-educatie.


Hoofdstuk 8               Financiën

8.1      Visie

Met besturen is geld gemoeid. Het waarmaken van ambities en beleidsvoornemens gaat met kosten gepaard. Steeds dient duidelijk te zijn waaraan het geld wordt uitgegeven. Als de provincie relaties met anderen aangaat ter realisering van projecten of dergelijke dienen vooraf duidelijke afspraken te worden gemaakt over de financiële bijdrage, de te bereiken doelstellingen en de verantwoording hierover.
De uitgaven dienen regelmatig te worden doorgelicht zodat bijstellingen mogelijk zijn.

8.2      Programmapunten

8.2.1   In de begroting dienen bij de posten naast de financiële uitgaven ook de beoogde effecten te worden vermeld. Op deze wijze kan worden nagegaan of het geld ook op de juiste wijze is besteed. Indien door maatregelen van het Rijk het niet meer mogelijk is opcenten op de motorrijtuigenbelasting te heffen, dient gezocht te worden naar een andere provinciale inkomstenbron. Uitgangspunt daarbij is dat de uitvoering van de inning van deze provinciale gelden met zo min mogelijk kosten gepaard gaat.

8.2.2   De provinciale uitgaven dienen regelmatig te worden doorgelicht op effectiviteit en efficiëntie. Op deze wijze kan het beleid tijdig worden bijgesteld en is het mogelijk ruimte te creëren voor nieuwe  beleidsvoornemens. Indien de financiële positie daartoe noopt, dient eerst gezocht te worden naar ombuigingen in plaats van verhoging der lasten.

8.2.3   De stijging van de provinciale lasten dient in principe beperkt te blijven tot maximaal het percentage van de inflatie.

8.2.4   De tarieven voor producten en diensten zijn kostendekkend tenzij dit onbillijk, onredelijk of maatschappelijk niet verantwoord is.

8.2.5   Bij het aangaan van relaties met derden ter verwezenlijking van provinciale doelstellingen dienen vooraf  afspraken te worden gemaakt over de besteding van de provinciale middelen en de verantwoording hierover.

8.2.6   Subsidieontvangers dienen verantwoording af te leggen over de ontvangen middelen. Indien de ontvangen provinciale middelen niet zijn uitgegeven aan de daarvoor aangewezen doelen zal de subsidierelatie worden herzien.

8.2.7   Projecten van derden die een positieve impuls kunnen geven aan de ontwikkeling van Overijssel komen in beginsel in aanmerking voor een eenmalige financiële bijdrage van de provincie.

8.2.8   De zogenoemde IJsselmij-gelden dienen voor incidentele zaken te worden ingezet. Deze gelden mogen niet aan de algemene middelen worden toegevoegd. Hetzelfde geldt voor de middelen die de provincie ontvangt bij afstoting van provinciale aandelen in bedrijven.