Voorwoord
Veilig
en Vitaal Verder
Voor u ligt het verkiezingsprogramma van het
CDA-Overijssel voor 2003 tot 2007. Met veel plezier is er door de
commissie, gewerkt aan de totstandkoming van dit programma.
U vindt overigens geen traditioneel programma voor u waarin alles
is benoemd. Er worden in dit programma duidelijke keuzes gemaakt.
Gekozen is voor een structuur met korte stukjes visie op een onderwerp
en daarna concrete programmapunten. Punten waarop u de (kandidaat)statenleden
van het CDA-Overijssel kunt aanspreken. Openheid, betrokkenheid en
geïnspireerdheid zijn basiskenmerken voor onze kandidaten. Wij hopen
dat zij met dit programma actief en onderscheidend kunnen werken.
Als voorzitter van de programcommissie wil
ik graag de leden bedanken voor hun activiteiten. Zonder de heren
Van Beers, Kleinherenbrink, Netjes, Schipper, Slijkhuis en Welten
en de dames Morskate, Nap-Borger en Van Rijn-Honselaar, was dit programma
er niet gekomen. Ik wil ook mijn dank uitspreken aan de adviseurs,
de heren Ranter, Rietkerk, Kerssies en Timmerman en met hen alle zittende
statenleden die een bijdrage aan de totstandkoming van dit programma
hebben geleverd. Tot slot moet natuurlijk de secretaris van de commissie,
die consciëntieus zijn taak vervulde, vermeld worden: Henk Schotman.
“Veilig en Vitaal Verder” is de titel die we
aan ons programma hebben meegegeven. In de inleiding wordt hier verder
op ingegaan. Het lijkt mij een enorme uitdaging om aan dit programma
uitwerking te geven. Ik wens de nieuwe (kandidaat)statenleden een
goede campagne en een geïnspireerde statenperiode toe!
drs. Ank Bijleveld-Schouten,
voorzitter programcommissie Provinciale Staten 2003-2007
Hoofdstuk
1
Inleiding
“Veilig en Vitaal Verder” is de titel van het
verkiezingsprogramma van het CDA-Overijssel voor de periode 2003-2006.
De titel geeft de prioriteiten van het CDA aan.
Veiligheid in brede zin is een belangrijk thema
dat bij de burgers van onze provincie leeft. De ramp in Enschede heeft
vele inwoners in onze provincie duidelijk gemaakt dat veiligheid niet
vanzelfsprekend is. Veiligheid is een basistaak van de overheid. Burgers
hebben terecht vragen hierover. Zij kunnen politici aanspreken op
hun verantwoordelijkheid. Een betrouwbaar en integer bestuur handhaaft
de regels die het maakt. Soms kan je beter minder regels maken en
die strak handhaven dan gedogen. Dat is een trend die in dit verkiezingsprogramma
is te lezen.
Vitaliteit vormgeven in Overijssel is een opdracht
die aan onze nieuwe provinciebestuurders wordt gegeven. Vitaliteit
heeft sterk met leefbaarheid te maken. Overijssel is een prachtige
provincie met mooie natuurgebieden, die gekoesterd moeten worden.
Overijssel is ook een landbouwprovincie; boeren met perspectief moeten
zich hier kunnen ontwikkelen. In dit programma wordt daar nadrukkelijk
aandacht aan besteed. Vitale steden zijn voor het economisch perspectief
van onze provincie meer dan noodzakelijk. Ruimte voor stedelijke ontwikkeling
zit dan ook in dit programma. Een nieuw punt in dit programma is het
vitaliteitsfonds voor kleine kernen dat wij in verband met de leefbaarheid
voorstellen. Vitaliteit vraagt ook dat verantwoordelijkheden op verschillende
niveaus worden opgepakt en waargemaakt. De provincie zal in de komende
periode haar partnerschap in de richting van gemeenten en organisaties
nader invulling geven.
Het woord “Verder” staat in de titel voor het
feit dat er in de afgelopen jaren veel gedaan is, maar er ook zeker
nog veel moet gebeuren. Het CDA zal daarbij een open en toegankelijke
bestuursstijl hanteren. Bij de totstandkoming van dit programma is
dat ook al gebeurd. Via internet of op papier konden ideeën worden
aangedragen voor dit verkiezingsprogramma. Een aantal van die ideeën
vindt u ook terug.
“Verder” betekent ook dat het CDA vooral samen verder wil werken aan
een betrokken Overijssel. In de visie van het CDA kunnen in een steeds
diverser en mondiger samenleving oplossingen alleen gerealiseerd worden
als mensen hun vrijheid en idealen in samenwerking met anderen vormgeven.
In dit kader zijn ook waarden en normen in onze samenleving van groot
belang. Het CDA hoopt daar, vanuit haar uitgangspunten, in gesprek
met de burgers in Overijssel verder vorm aan te geven.
De visie van het CDA is gebaseerd op de volgende
uitgangspunten:
- Gespreide verantwoordelijkheid: vrijheid komt het beste tot haar recht als mensen
verantwoordelijkheid kunnen dragen voor zichzelf en naasten en derhalve
ruimte krijgen eigen keuzes te maken waarbij de overheid zich beperkt
tot haar kerntaken. Dan ontstaat ruimte voor een rijkgeschakeerde
en solidaire samenleving.
- Publieke gerechtigheid: een betrouwbare overheid moet op basis van vaste waarden
de burger weer de zekerheid van de rechtstaat bieden en duidelijke
grenzen stellen.
- Solidariteit:
vraagt om een
betrokkenheid tussen generaties en tussen arm en rijk; het uitgangspunt
dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen wordt daarbij
gehanteerd.
- Rentmeesterschap:
alleen
als wij op een verantwoorde wijze omgaan met de aan ons toevertrouwde
leefomgeving, de natuur en het milieu zorgen wij voor een duurzame
welvaart ook voor volgende generaties.
De volgende hoofdstukken zijn geschreven vanuit
de in deze inleiding beschreven achterliggende visie. Onze kandidaten
zullen, vanuit een op het evangelie gebaseerde betrokkenheid, openstaan
voor uw vragen en opmerkingen. Zij zullen actief de boer op gaan om
te horen wat er leeft in Overijssel en om verantwoording af te leggen
van de genomen besluiten. “Veilig en Vitaal Verder” wordt dan echt
waargemaakt!
Hoofdstuk
2
Algemeen Bestuur en Veiligheid
2.1
Visie
Aan het openbaar bestuur mag de eis worden
gesteld dat het doorzichtig, betrouwbaar en doeltreffend is. Mensen
moeten erop kunnen vertrouwen dat het bestuur doet wat het zegt en
dat plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd. In het rapport van het
Inter Provinciaal Overleg (IPO) "Op schaal gewogen" is geconstateerd,
dat bij projecten van bovenlokale betekenis het opdrachtgeverschap
niet of gebrekkig is georganiseerd. Er is op regionaal niveau behoefte
aan een slagvaardig, herkenbaar en democratisch gelegitimeerd intermediair
bestuur, dat zaken kan afdwingen en samenhangen weet te bewaken. In
navolging van dit IPO-rapport ziet het CDA voor de provincie in deze
een belangrijke rol weggelegd. De provincie dient zich te ontwikkelen
tot een beweeglijk, communicatief bestuur met relatief weinig uitvoerende
functies. Wel heeft zij een duidelijk profiel als ontwikkelaar van
plannen, als opdrachtgever en als toezichthouder. Ze geeft richting
aan beleid, bewaakt de uitvoering daarvan en demonstreert politiek
leiderschap. De politieke en ambtelijke cultuur van de provincie dient
zich verder in die richting te ontwikkelen.
Met het binnentreden in de 21e eeuw is een
nieuw tijdperk aangebroken waarin politiek gekenmerkt dient te worden
door transparantie, betrokkenheid van burgers en een betrouwbare overheid.
Het CDA staat vernieuwing van de politiek voor waarin respect voor
elkaar, saamhorigheid en verantwoordelijkheid naar de samenleving
kernelementen vormen.
Met de voortschrijdende Europese ontwikkelingen
neemt de internationale dimensie van het provinciaal bestuur toe.
Dit vraagt om een alerte overheid die aanwezig is op die fronten waar
actie plaatsvindt.
2.1.1 Programmapunten
(Algemeen)
2.1.1.1 De
grootste fractie in de Provinciale Staten (PS) neemt na de verkiezingen
het initiatief om te komen tot de vorming van een college van Gedeputeerde
Staten (GS), dat kan rekenen op voldoende ondersteuning vanuit de
Provinciale Staten.
2.1.1.2 Het
bestuursakkoord voor Gedeputeerde Staten dient beperkt te blijven
tot de hoofdlijnen van beleid voor de komende vier jaren; het door
Gedeputeerde Staten op te stellen uitvoeringsprogramma dient concreet
en resultaatgericht te zijn.
2.1.1.3 De
leden van de Provinciale Staten dienen de komende jaren voldoende
faciliteiten te worden geboden om hun nieuwe rol in het kader van
de dualisering van het provinciebestuur mogelijk te maken. Dit betekent
onder meer dat aan de fracties voldoende middelen beschikbaar moeten
worden gesteld opdat zij zich kunnen voorzien van een inhoudelijke
ondersteuning door middel van fractiemedewerkers.
2.1.1.4 De
in de Provinciale Staten vertegenwoordigde fracties dienen aan het
begin van de zittingsperiode afspraken te maken over de open stijl
van besturen. Daarbij geldt dat de Provinciale Staten zich beperken
tot de volksvertegenwoordigende functie, het formuleren van de kaders
voor het provinciale beleid en het controleren van Gedeputeerde Staten.
Het college van Gedeputeerde Staten dient voldoende ruimte te worden
geboden om als bestuur te kunnen opereren.
2.1.1.5 Fracties
die uit slechts één persoon bestaan wordt de gelegenheid geboden één
lijstopvolger deel te laten nemen aan het commissiewerk.
2.1.1.6 De besluiten
van Provinciale Staten dienen helder geformuleerd ter worden met meetbare
doelen en beoogde effecten.
2.1.1.7 Het
CDA streeft naar minder regelgeving, minder bureaucratie, kortere
besluitvormingsprocedures en staat een consequente handhaving van
de regels voor. Er dient in de komende periode een dereguleringsprogramma
te komen, waarin alle provinciale regelgeving wordt getoetst op noodzaak
en helderheid.
2.2
Samenwerking
2.2.1
Gelet op de bestuurlijke vraagstukken die de komende jaren aan de
orde zullen komen (regionale economie, infrastructuur, ruimtelijke
ontwikkeling) zal de samenwerking met de provincie Gelderland de komende
jaren worden geïntensiveerd.
2.2.2
Samen met Gelderland wil Overijssel een regioconvenant sluiten met
het Rijk.
2.2.3
Er wordt onderzoek verricht naar de instelling van een gezamenlijke
rekenkamer voor Gelderland en Overijssel.
2.2.4
Nagegaan moet worden of de doelstellingen die aan de gemeentelijke
herindeling ten grondslag lagen, bereikt zijn dan wel op termijn bereikt
worden. Het doel hiervan is te bepalen of er herijking moet plaatsvinden
van de rol tussen de provincie en de gemeenten en te kijken of er
in faciliterende zin nog iets moet gebeuren.
2.2.5
Nu de laatste jaren door middel van gemeentelijke herindeling een
schaalvergroting van het lokaal bestuur heeft plaatsgevonden, dient
de rol van de provincie zodanig te worden gewijzigd dat de bemoeienis
van de provincie met het gemeentelijk beleid minder wordt.
2.2.6
Tussen de provincie Overijssel en de Overijsselse gemeenten dient
aan het begin van de zittingsperiode een akkoord te worden gesloten
over zaken waaraan men gezamenlijk wil werken en waarin ieders rol
wordt vastgelegd.
2.2.7
Afzonderlijke convenanten worden gesloten tussen de grote steden Almelo,
Deventer, Enschede, Hengelo, Zwolle en de provincie waarin de doelen
worden vastgelegd die men de komende zittingsperiode wil bereiken
op fysiek en sociaal terrein. De provincie levert een financiële en
inhoudelijke bijdrage aan de programma’s die men de komende jaren
wil realiseren.
2.2.8
Het CDA hecht aan een goede samenwerkingsrelatie tussen provincie
en de netwerkstad Twente (Almelo, Hengelo, Enschede en Borne), alsook
Zwolle/Kampen en de Stedendriehoek waarin Deventer participeert. Samenwerking
met de regio’s richt zich op de inhoud. Uitgangspunt daarbij is dat
de netwerkstad zich als verlengde van het lokaal bestuur richt op
de oplossing van de problemen binnen dit gebied en de relaties met
de directe omgeving.
2.2.9
Het IPO blijft zijn rol als belangenbehartiger en overlegplatform
voor de provincies vervullen. Een verdere uitbouw van de staf van
het IPO wordt niet voorgestaan. Een kleine, hoogwaardige en slagvaardige
organisatie is voor de genoemde rol het meest geschikt.
2.2.10 De CDA-fractie besteedt
bijzondere aandacht aan de relaties met de collega-fracties in de
buurprovincies.
2.2.11 Met het oog op de
verdere ontwikkeling van de provincie zullen de internationale contacten
van de provincie verder worden geïntensiveerd en benut. Genoemd kunnen
worden de relatie naar de Europese Unie, de Euregionale samenwerking
en de Neue Hanze Interregio.
2.2.12 Samen met de provincie
Gelderland houdt de provincie een bureau in Brussel in stand dat de
belangen van de provincie behartigt bij de Europese instellingen en
de deelname van Overijssel aan Europese programma’s op pro-actieve
wijze bevordert.
2.2.13 De bestaande relatie
met Letland wordt voortgezet. Bijzondere aandachtspunten daarbij zijn
informatie-uitwisseling en bieden van ondersteuning bij de verdere
ontwikkeling van het openbaar bestuur in deze Baltische staat.
2.3 Communicatie en PR (Public Relations)
2.3.1 Het CDA wil op een
interactieve wijze de provincie besturen. Dit houdt in dat met behulp
van moderne communicatietechnologie de burger daadwerkelijk betrokken
wordt bij het provinciale beleid. Experimenten met nieuwe vormen van
burgerparticipatie dienen daarbij een kans te krijgen.
2.3.2 Om de deelname van
burgers aan en de betrokkenheid bij het openbaar bestuur te vergroten
zorgt de provincie voor een adequate voorlichting. De rol en de betekenis
van de provincie voor haar burgers dienen breed te worden uitgedragen.
Bijzondere aandacht verdient de voorlichting over de provincie via
het onderwijs.
2.3.3 De provincie dient
haar rol als regionale gebiedsregisseur op herkenbare wijze te vervullen.
Dit betekent dat in het bijzonder aandacht moet worden geschonken
aan de relaties met de doelgroepen van de provincie. De voorlichting
en communicatie van de provincie dienen dan ook op deze doelgroepen
te worden afgestemd. Jaarlijks zal de effectiviteit van het provinciale
communicatiebeleid worden gemeten.
2.4 Veiligheid
2.4.1
Visie
Het thema veiligheid is uitgegroeid tot het
belangrijkste politieke en bestuurlijke item van de laatste jaren.
Mensen willen zich veilig voelen, zeker in hun eigen leefomgeving.
Het CDA vindt veiligheid een grondrecht. Alleen in een veilige omgeving
kunnen mensen zich ten volle ontplooien en onbelemmerd deelnemen aan
het maatschappelijk verkeer. Veiligheid is niet alleen een onderwerp
voor de overheid. Ook de burgers zelf hebben hierin hun verantwoordelijkheid.
Dat neemt niet weg dat de burgers erop moeten kunnen vertrouwen, dat
de overheid het maximale doet om de veiligheid in de samenleving te
bevorderen en te garanderen. Het niet-naleven van regels en voorschriften
zal niet worden gedoogd.
2.4.2
Programmapunten
2.4.2.1 De provincie Overijssel
dient een betrouwbare overheid te zijn. Dit betekent dat afspraken
worden nageleefd. Er wordt een strikt handhavingsbeleid gevoerd.
2.4.2.2 Door gerichte programma's
en stimuleringsregelingen dient de veiligheid in Overijssel te worden
vergroot. Om dit doel te bereiken zal de provincie samenwerken met
gemeenten, justitie en andere instanties. Ook de verantwoordelijkheden
van maatschappelijke organisaties en van het bedrijfsleven dienen
helder in beeld te worden gebracht. Hier geldt een brengplicht voor
de overheid, maar ook een haalplicht voor de particuliere sector.
Voor wat betreft het veiligheidsbeleid zal de provincie haar signalerings-
en platformfunctie verder uitbouwen.
2.4.2.3 Plannen die betrekking hebben
op de inrichting van de leefomgeving van de inwoners van Overijssel
dienen te worden voorzien van een veiligheidseffectrapportage.
2.4.2.4 De provincie vervult met
betrekking tot de bevordering van de veiligheid een intermediaire
en toezichthoudende rol. De provincie ziet erop toe dat de gemeenten
tijdig zorgdragen voor de actualisering van rampen- en rampbestrijdingsplannen.
2.4.2.5 De provincie draagt in overleg
met de gemeenten en andere instanties zorg voor de totstandkoming
van risicokaarten voor het hele grondgebied van de provincie. De provincie
draagt daarbij zorg voor de noodzakelijke eenduidigheid en uniformiteit,
de bruikbaarheid voor de operationele diensten en voor de toegankelijkheid
voor de burgers. Deze risicokaarten worden jaarlijks geactualiseerd.
Ofschoon risico's in een samenleving als de onze niet helemaal zijn
uit te sluiten, dient wel gestreefd te worden naar een beperking van
veiligheidsrisco's.
2.4.2.6 Op Euregionaal niveau wordt
de samenwerking tussen de Duitse en Nederlandse gemeenten en de operationele
diensten (politie, brandweer en ambulance) met betrekking tot veiligheid
verder inhoud gegeven. De bestaande belemmeringen bij grensoverschrijdende
rampbestrijding en hulpverlening dienen te worden weggenomen.
2.4.2.7 Het CDA verwacht dat naast
de overheid ook burgers zelf bijdragen aan de veiligheid in de samenleving.
De provinciale Veiligheidsprijs is een goed instrument om initiatieven
op dit vlak te waarderen en op positieve wijze onder de aandacht te
brengen.
Hoofdstuk
3
Economische Zaken
NAAR
EEN STERKE EN DUURZAME OVERIJSSELSE ECONOMIE
3.1
Visie
Voor een stabiel werkgelegenheidsklimaat is
economische groei nodig. Onze samenleving heeft behoefte aan een overheid
die zodanige voorwaarden schept dat ondernemers creatief en inventief
in staat zijn goederen en diensten te produceren.
Overijssel zal dit bereiken door o.a. de kwaliteit
van het vestigingsklimaat voor zowel nieuwe als bestaande bedrijven
te verbeteren: voldoende bedrijfsterreinen, het optimaliseren van
de bereikbaarheid, het –samen met andere organisaties - bevorderen
van beschikbaarheid van voldoende geschoold personeel en een actieve
bevordering van de algemene arbeidsparticipatie.
Het beleid wordt gericht op:
- volledige werkgelegenheid
met daarbij extra aandacht voor groepen met achterstand op de arbeidsmarkt
zoals langdurig werklozen en allochtonen;
- speciale aandacht
voor het bevorderen van economische diversiteit in de verschillende
regio's binnen de provincie;
- het stimuleren
van (nieuwe) werkgelegenheid voor met name talentvolle jongeren;
- het treffen van
voorzieningen om jongeren die hun opleiding niet kunnen afmaken
geschikt te maken voor de arbeidsmarkt.
Overijssel profileert zich als de "Tuin
van Nederland". In een tuin wordt gewerkt en genoten. In dit
kader dient er een kwaliteitsslag gemaakt te worden. Economische activiteiten
in de sector toerisme en recreatie worden gestimuleerd.
3.2
Programmapunten
3.2.1 Het Ruimtelijk Ordeningsbeleid
is ondersteunend aan de beoogde economische ontwikkeling van Overijssel,
zoals ten aanzien van de ontwikkeling van duurzame bedrijfsterreinen.
3.2.2 Er wordt een beleids- en
actieprogramma opgesteld ten behoeve van de opwaardering (revitalisering,
reconstructie, intensivering, multimodaal transport, enz.) van bestaande
en in ontwikkeling zijnde bedrijfsterreinen. De behoefte aan nieuwe
bedrijfsterreinen wordt afgewogen tegen de claims die ontstaan op
de groene ruimte. De provincie richt zich op het beperken of compenseren
van de door economische groei ontstane milieudruk.
3.2.3 Samen met gemeenten zal de
provincie investeringsprogramma's opstellen die in het kader van de
(TIPP-)regelingen bij het ministerie van Economische Zaken worden
ingediend om een versnelling in de afstemming tussen vraag en aanbod
te bereiken.
3.2.4 Bij de ontwikkeling van nieuwe
bedrijfsterreinen wordt aandacht besteed aan multimodale transportmogelijkheden,
waarbij duurzame inrichting en ontsluiting worden gestimuleerd.
3.2.5 De sociaal-economische ontwikkeling
van plattelandsgebieden is drager van de leefbaarheid en moet veiliggesteld
worden in onder meer de reconstructieplannen Salland-Twente en in
het Gebiedsperspectief voor Noordwest-Overijssel. De provincie moet
zich inzetten voor een gezonde economische basis en een goede kwaliteit
van het landelijk gebied.
3.2.6 De grote steden in Overijssel
zijn een belangrijke motor voor de economie. De provincie moet ervoor
zorgen dat de steden zich kunnen blijven ontwikkelen, want door een
goed vestigingsklimaat wordt de economie bevorderd.
3.2.7 Het stimuleren van innovatiemogelijkheden
en van de informatie- en communicatietechnologie is van groot belang
voor het Overijsselse bedrijfsleven in steden en dunbevolkte gebieden.
De provincie zal zich hierop richten en initieert ook het opstellen
en uitvoeren van een programma ter verbetering van de telematica-infrastructuur.
3.2.8 De luchthaven (airport Twente)
is van economisch belang en kan op provinciale ondersteuning blijven
rekenen als het regionale bedrijfsleven en de grootste gemeenten in
de regio er in voldoende mate in participeren.
Voorwaarden zijn:
·
de aanwezigheid van de militaire vliegbasis;
·
het binnen een aanvaardbare milieubelasting blijven.
3.2.9 De provincie dient een actieve
rol in het arbeidsmarktbeleid te vervullen en initiatieven te ondernemen
in het terugdringen van hardnekkige werkloosheid. Ook moet de provincie
aanjager zijn in het proces kansarme jongeren geschikt te maken voor
de arbeidsmarkt met als doel voor deze jongeren duurzame werkgelegenheid
te verwerven. Onderwijs en arbeid waaronder het voorkomen van het
te vroeg beëindigen van een opleiding verdient extra aandacht.
3.2.10 Er wordt gestreefd naar
een Kennispark Twente, waarin o.m. het bedrijfsleven en de Universteit
Twente (UT) een rol spelen. De provincie bevordert dat de UT, in samenwerking
met marktpartijen en overheden, een broedplaats kan creëren om te
komen tot toepassing van nieuwe ideeën, technieken en technologieën,
ten behoeve van het genereren van nieuwe economische activiteiten
in Overijssel.
3.2.11 Een sterke, op Overijssel
gerichte, ontwikkelingsmaatschappij draagt bij aan de versterking
van de economie. De provincie geeft sturing aan deze maatschappij
en zorgt dat de activiteiten ervan controleerbaar zijn en gericht
zijn op alle delen in onze provincie met extra aandacht voor de minst
kansrijke.
3.2.12 Een forse kwaliteitsimpuls
voor het toeristisch-recreatief product in het gebied van de provincie
(investeringen in infrastructuur, voorzieningen, samenwerking, enz.)
is noodzakelijk. Een onderdeel is de investeringssubsidieregeling
voor de kwaliteitsverbetering. Ook wordt een aanpak voor het regiospecifiek
profileren en samenwerking met de belanghebbende partijen gepresenteerd.
3.2.13 Alvorens een beslissing
te nemen over een randmeer bij Vollenhove-Kuinre is niet alleen de
economische haalbaarheid bepalend maar ook de maatschappelijke wenselijkheid
en de ruimtelijke inpassing.
3.2.14 De provincie stimuleert
de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van Overijssel.
Zij doet dit:
- in haar ruimtelijk
ontwikkelingsbeleid;
- door het stimuleren
van productdifferentiatie;
- het aanleggen
van infrastructuur;
- het brengen van
samenhang in het recreatieve netwerk.
3.2.15 Ontwikkelingsmogelijkheden
voor toeristisch-recreatieve bedrijven moeten ook gezocht orden in
extensiverings- en verwevingsgebieden in het kader van de reconstructie
van het landelijk gebied.
Hoofdstuk
4
Ruimtelijke samenhang:
STAD
EN PLATTELAND IN DUURZAME HARMONIE
4.1
Algemeen
Ruimte is ook in Overijssel een schaars goed.
Toch wil iedereen prettig en in een schone omgeving kunnen wonen,
werken en recreëren. Het ruimtelijk beleid dat het CDA in Overijssel
voorstaat biedt kansen voor ontwikkeling en let erop dat stad en platteland
elkaar in hun eigenheid versterken.
Stedelijke gebieden moeten zich kunnen ontwikkelen
tot dynamische, stedelijke centra. Tegelijkertijd dient het landelijk
gebied haar eigen specifieke eigenschappen te bewaren, waarbij er
voldoende ruimte moet zijn voor ontwikkelingen. Voorzieningen moeten
op peil blijven, wonen en werken moeten in balans zijn met natuurbehoud
en landschapsbeheer en de eigen economische mogelijkheden moeten worden
benut.
4.2
Ruimtelijke ordening
4.2.1
Visie
Het CDA in Overijssel streeft naar maatwerk
in het provinciale beleid. Het CDA heeft oog voor natuur en landschap
en voor de ontwikkeling van de steden en het platteland. Ruimtelijke
ordening betreft niet alleen de nieuwe ruimtelijke inrichting maar
ook het aanpassen van eerder ingerichte gebieden zoals het revitaliseren
van bestaande bedrijfsterreinen en het inbreiden in steden, dorpen
en kernen.
Binnen de randvoorwaarden van natuur en landschap
wil het CDA meer mogelijkheden geven aan de plattelandsgemeenten om
de eigen bevolkingsgroei op te vangen. Voor de vitaliteit en leefbaarheid
van het platteland is van groot belang dat er voldoende ontwikkelingsmogelijkheden
zijn. Het streekplan zal daartoe op het onderdeel van de volkshuisvesting
en de werkgelegenheid vervroegd moeten worden geëvalueerd en herzien.
Het CDA wil daarbij naar een nieuw sturingssysteem voor de volkshuisvesting
waarbij sturing op ruimtelijke kwaliteit vooropstaat. Het huidige
kwantitatieve spreidingsbeleidsysteem dat uitgaat van sturing op bevolkingsaantallen
kan daarmee komen te vervallen.
4.2.2
Programmapunten
4.2.2.1 Bundeling van wonen en
werken in de steden blijft het uitgangspunt. Van belang daarbij is
dat de steden zorg dragen voor een gevarieerd woningaanbod.
4.2.2.2 In en rond de steden moet
voldoende "groen" aanwezig zijn voor zowel de natuur als
recreatie en toerisme.
4.2.2.3 Het CDA wil, met inachtneming
van de aanwezige natuur- en landschapswaarden, meer mogelijkheden
bieden aan de plattelandsgemeenten. Het streekplan Overijssel 2000+
zal voor wat betreft het onderdeel volkshuisvesting en werkgelegenheid
daartoe nog in 2003 worden geëvalueerd en herzien.
4.2.2.4 Het CDA wil een nieuw systeem
voor de volkshuisvesting en woningbouw waarbij sturing op ruimtelijke
kwaliteit centraal staat. Van belang is dat er ook voldoende ruimte
is voor sociale woningbouw. Het huidige systeem van bevolkingsspreiding,
dat uitgaat van sturing op bevolkingsaantallen, kan komen te vervallen.
4.2.2.5 Meervoudig en efficiënt
ruimtegebruik en ondergronds bouwen worden gestimuleerd.
4.2.2.6 Het toezicht van de provincie
op gemeentelijke plannen is terughoudend en doet recht aan de nieuwe
bestuurlijke verhoudingen.
4.3
Grotestedenbeleid (GSB)
4.3.1
Visie
Steden zijn economische en culturele motoren
van vernieuwing en ontmoeting. Daarnaast hebben de steden te maken
met (sociale) achterstanden. Dit maakt volgens het CDA een extra inzet
van de provincie voor de steden nodig.
Een belangrijke meerwaarde van het Overijsselse
GSB is de samenwerking tussen de provincie en de vijf steden: Almelo,
Deventer, Hengelo, Enschede en Zwolle. Deze samenwerking wordt verder
uitgebouwd.
Het CDA gaat ervan uit dat het Rijk een vervolg
geeft aan het landelijk GSB. Maar ook als dat niet het geval zou zijn,
is het CDA er voorstander van het Overijsselse stedenbeleid een vervolg
te geven. Daarbij vindt het CDA dat de veiligheid meer aandacht moet
krijgen in het provinciale GSB. Juist in de steden is de criminaliteit
het grootst en zijn de gevoelens van onveiligheid het meest manifest.
4.3.2
Programmapunten
4.3.2.1 De samenwerking met Almelo, Deventer,
Hengelo, Enschede en Zwolle in het kader van het provinciale GSB wordt
uitgebouwd.
4.3.2.2 In dat kader is het CDA er voorstander
van om het Overijsselse stedenbeleid een vervolg te geven waarbij
resultaatgericht werken en minder bureaucratie vooropstaan.
4.3.2.3 Het provinciale grotestedenbeleid
wordt uitgebreid met de pijler "veiligheid".
4.4
Streekcentra Hardenberg en Steenwijk
4.4.1
Visie
In Overijssel hebben Hardenberg en Steenwijk
de functie van "streekcentrum". Zij hebben gezien hun ligging
een extra functie op het gebied van wonen, werken en voorzieningen.
Het CDA ondersteunt deze streekfunctie en wil deze verder uitbouwen.
4.4.2
Programmapunten
4.4.2.1 De samenwerking tussen de provincie
en Hardenberg en Steenwijk wordt verder uitgebouwd.
4.4.2.2 De provincie stimuleert de versterking
van de streekfunctie van Hardenberg en Steenwijk. Met beide gemeentebesturen
worden - binnenkort - nieuwe convenanten afgesloten.
4.5
Volkshuisvesting
4.5.1
Visie
Wonen is een basisvoorziening. Dit betekent
dat mensen moeten kunnen beschikken over geschikte en betaalbare huisvesting
en een goede woonomgeving. De provincie heeft een belangrijke taak
als het gaat om het organiseren van de afstemming tussen de diverse
partners in dezen. Extra aandacht verdienen de ouderen, starters,
asielzoekers, allochtonen en gehandicapten.
4.5.2
Programmapunten
4.5.2.1 De grote steden moeten invulling
kunnen geven aan hun taak als economisch en maatschappelijk kloppend
hart van Overijssel. Daarvoor moet er gevarieerd gebouwd worden, waarbij
de vraag van de woningzoekende centraal staat en niet het aanbod van
de overheid. Op deze manier blijven ook de mensen met de hogere inkomens
aan de stad gebonden.
4.5.2.2 De plattelandsgemeenten
moeten voldoende woningbouwmogelijkheden hebben om hun eigen inwoners,
die willen blijven wonen in het dorp waar ze geboren en getogen zijn
en/of een sociale of economische binding daarmee hebben, op te kunnen
vangen.
4.5.2.3 Starters en ouderen verdienen
met name op het platteland de aandacht. Het CDA is voorstander van
het (blijven) toepassen van bindingseisen zodat met name de jongeren
en ouderen op de woningmarkt beschermd kunnen worden.
4.5.2.4 Van gemeenten wordt verwacht
dat zij een actuele en goed onderbouwde woonvisie hebben. Bij het
bepalen van de woningbouwmogelijkheden voor de gemeente(n) zal deze
woonvisie het uitgangspunt zijn.
4.5.2.5 Inbreidingsplannen worden
gestimuleerd via de speciale provinciale woningbouwpot. Dit betreft
een van het totale provinciale woningbouwprogramma afgezonderde hoeveelheid
woningen die kunnen worden ingezet voor inbreidingsprojecten en boerderijsplitsingen.
De plannen die in aanmerking komen voor de woningen uit de woningbouwpot
worden niet ten laste van het contingent gebracht. Indien bij de evaluatie
blijkt dat het aantal woningen in deze woningbouwpot (250 per jaar
voor een periode van 3 jaar) niet toereikend is, zal het aantal worden
verhoogd.
Verder zal bij de herziening van het streekplan in 2003 worden bezien
of er nog andere stimuleringsmogelijkheden voor inbreidingsplannen
wenselijk en mogelijk zijn.
4.5.2.6 Het splitsen van boerderijen
in meerdere wooneenheden moet mogelijk worden gemaakt.
4.5.2.7 Gezien de toenemende vergrijzing
verdient de bouw van voldoende ouderenwoningen extra aandacht.
4.5.2.8 Het CDA wil dat de woningen
waaraan een zorgfunctie is gekoppeld buiten het contingent vallen
van de desbetreffende gemeente.
4.5.2.9 De bouw van meergeneratie-
en levensloopbestendige woningen wordt gestimuleerd.
4.6
Leefbaarheid kleine kernen
4.6.1
Visie
De ontwikkeling in de agrarische sector en
de terugloop van voorzieningen in de kleinere dorpen noodzaken tot
een ruimtelijk plattelandsbeleid dat het hoofd biedt aan de negatieve
consequenties daarvan. Het CDA wil een actief beleid van de provincie
voor de instandhouding en versterking van de leefbaarheid op het platteland.
Voorzieningen in kleine kernen, zoals de school en het verenigingsleven,
moeten via creatief beleid in stand worden gehouden.
4.6.2
Programmapunten
4.6.2.1 Het CDA wil een vitaliteitsfonds
voor de kleine kernen oprichten. Het doel van dit fonds is om de leefbaarheid
en vitaliteit van de kernen duurzaam in stand te houden door financiële
ondersteuning van kleinschalige projecten. Te denken valt daarbij
aan projecten voor bibliotheek, dorpshuis, huisarts, sport en andere
voorzieningen die belangrijk zijn voor de gemeenschap in kleine kernen.
4.6.2.2 Hiertoe zal het Kulturhusconcept
moeten worden verbreed en uitgebreid zodat kleine kernen via hun eigen
"Kulturhus-op-maat" niet alleen beschikken over een ontmoetingsplaats,
maar ook over een ruimte geschikt voor andere gebruiksfuncties, zoals
zorgvoorzieningen (huisarts, fysiotherapie, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg,
wijkverpleegkundige), politiespreekuur, bewegingslessen etc. Met de
gemeenten en instellingen op zorggebied kunnen coalities worden gesloten
om zo'n "Kulturhus-op-maat" te realiseren. Meerdere Kulturhusen
worden zo per gemeente mogelijk. Het CDA realiseert zich dat een veelheid
van eisen belemmerend werkt. Creativiteit van onderaf wordt beloond.
Hoofdstuk
5
Groen Overijssel
5.1
Land- en tuinbouw
5.1.1
Visie
Het proces van veranderingen in de land- en
tuinbouw zal zich de komende jaren versneld voortzetten. Het CDA wil
dat ondernemers in de gelegenheid worden gesteld om hun bedrijven
aan te passen aan de veranderende omstandigheden. De aanwezigheid
van een gezonde economische sector is immers van groot belang voor
de leefbaarheid op het platteland. Ook voor de instandhouding van
het Overijssels landschap is een sterke en vernieuwende agrarische
sector onmisbaar. Tegelijkertijd zal echter ook het proces van bedrijfsbeëindiging
doorgaan.
De provincie moet agrarische bedrijfsontwikkeling
bevorderen en voorwaarden scheppen ter versterking van een duurzame,
concurrerende en (voedsel)veilige landbouw. Het CDA vindt het daarbij
belangrijk dat voor de sector duidelijkheid bestaat over regelgeving
en ontwikkelingsmogelijkheden.
5.1.2
Programmapunten
5.1.2.1 Het CDA wil dat de provincie
voorwaarden schept voor versterking van een duurzame, concurrerende
en (voedsel)veilige land- en tuinbouw.
5.1.2.2 Het CDA zal daarbij de nadruk
leggen op de kansen en ontwikkelingsmogelijkheden. De provincie heeft
met name de taak om voorwaarden te scheppen zodat de agrarische ondernemers
de ruimte hebben om te ondernemen.
5.1.2.3 De provincie vervult waar mogelijk
een stimulerende en/of faciliterende rol voor de diverse groepen duurzaam
ondernemende agrariërs:
- die zich richten
op een groter productievolume;
- die zich vooral
richten op specialisatie, bijvoorbeeld in de vorm van biologische
landbouw;
- die neveninkomsten
(willen) verwerven via natuurbeheer, streekproducten, agrotoerisme
of andere vormen van plattelandsvernieuwing;
- die het agrarisch
ondernemerschap (willen) combineren met een baan buitenshuis.
5.1.2.4 Het CDA vindt dat belemmeringen
in de bedrijfsopvolging zoveel mogelijk moeten worden weggenomen en
dat opvolging door jonge agrariërs die aan de hand van een perspectiefvol
bedrijfsplan aan de slag willen, moet worden gestimuleerd. De provincie
vervult zo nodig een bemiddelende rol richting de rijksoverheid.
5.1.2.5 Het instrument van kavelruil
blijft van grote waarde voor een duurzame landbouw. Het CDA blijft
dit stimuleren.
5.1.2.6 Er dient bij herbestemming van
landbouwbedrijven te worden gekozen voor maatwerkoplossingen waarbij
ook rekening wordt gehouden met de omgeving. De provincie denkt hierin
creatief mee en werpt zo weinig mogelijk belemmeringen op.
5.1.2.7 Een tijdelijke inzet van een
gebiedsmakelaar op regionaal niveau kan een positieve rol vervullen
bij het veranderingsproces dat gaande is op het platteland. Samen
met anderen is het CDA bereid om dit proces te faciliteren.
5.1.2.8 Het CDA wil dat de provincie
adequaat inspringt op veranderingen in regelgeving van de Europese
en landelijke overheid en de beleidsruimte maximaal benut.
5.2
Reconstructie en overig gebiedsgericht beleid
5.2.1
Visie
In een groot deel van de provincie is de Reconstructiewet
van toepassing. Centraal daarbij staat kwaliteitsverbetering van het
landelijk gebied. Voor de leefbaarheid van het landelijk gebied is
het belangrijk dat er voldoende bedrijven overblijven met een goed
economisch toekomstperspectief. Daartoe is het onder meer van belang
dat in het reconstructieproces voldoende mogelijkheden worden geboden
voor combinatie en vermenging van "rode" en "groene"
functies.
5.2.2
Programmapunten
5.2.2.1 Het reconstructieplan Salland-Twente
dient met voortvarendheid te worden samengesteld en vastgesteld. Het
CDA vindt het daarbij belangrijk dat de inwoners van het gebied worden
betrokken bij de planvorming en de daaropvolgende uitvoeringsfase.
5.2.2.2 Het CDA is voorstander van het
doorgaan met het gebiedsgericht beleid in de andere gebieden in onze
provincie.
5.2.2.3 Van belang is dat er voldoende
rijksmiddelen ter beschikking komen voor de reconstructie. De provincie
reserveert voldoende middelen voor co-financiering van reconstructieprojecten
en spant zich ook in om samen met de particuliere sector/marktpartijen
op zoek te gaan naar andere financieringsmogelijkheden.
5.2.2.4 Het CDA is voorstander van een
ruimte-voor-ruimte c.q. "rood-voor-rood”-regeling in het reconstructieplan.
Deze regeling zal met name moeten worden toegepast in de plattelandsgemeenten.
Het CDA wil deze regeling in het kader van het gebiedsgericht beleid
ook toepassen in de andere delen van de provincie als dit leidt tot
een kwaliteitsverbetering van het platteland.
5.2.2.5 Ook wil het CDA de “rood-voor-groen”-regeling
bevorderen (bouw van woningen/gebouwen om natuur in stand te houden
c.q. nieuwe natuur te realiseren).
5.3
Plattelandsvernieuwing
5.3.1
Visie
Het CDA is groot voorstander van plattelandsvernieuwing
omdat dit leidt tot verbreding en versterking van de economische structuur
van het landelijk gebied. Een belangrijke verantwoordelijkheid is
hierbij weggelegd voor de desbetreffende ondernemers zelf. Het is
in eerste instantie aan hen om de aanwezige kansen op te pakken.
De provincie dient dit waar mogelijk te faciliteren
en in haar ruimtelijk ordeningsbeleid voldoende ruimte te bieden voor
vernieuwende vormen van verbreding van de plattelandseconomie.
5.3.2
Programmapunten
5.3.2.1 Het CDA staat positief tegenover
nieuwe initiatieven op het gebied van plattelandsvernieuwing.
5.3.2.2 De provincie moet in haar ruimtelijke
ordeningsbeleid hiertoe voldoende ruimte bieden.
5.4 Flora en fauna 5.4
Flora en fauna
5.4.1
Visie
In de nieuwe landelijke Flora- en faunawet
zijn de provincies verantwoordelijk voor o.a. de instelling van faunabeheereenheden
en het goedkeuren van faunabeheerplannen, het verlenen van ontheffingen
en vrijstellingen, het aanwijzen van "beschermde" gebieden
en de weidevogelbescherming.
5.4.2
Programmapunten
5.4 2.1 Het CDA vindt dat de provincie
– in het belang van bescherming van weidevogels en bedreigde of zeldzame
soorten en om bedrijfsschade te voorkomen – een ruimhartig ontheffingenbeleid
moet voeren op grond van de Flora- en faunawet.
5.4.2.2 Het CDA zal zich inzetten voor
een snelle afhandeling van de te verlenen ontheffingen en vrijstellingen.
5.5
Natuur en landschap
5.5.1
Visie
Overijssel is een provincie met prachtige natuur-
en landschapsgebieden. Deze moeten gekoesterd worden.
Het CDA wil dat in het natuur- en landschapsbeleid een grote(re)
rol wordt toegekend aan de particulier en wil in het kader van de
realisering van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur de omslag
van aankoop van grond naar particulier, agrarisch natuurbeheer stimuleren.
5.5.2
Programmapunten
5.5.2.1 Het CDA zet zich in om de Provinciale
Ecologische Hoofdstructuur conform de landelijke doelstelling in 2018
te realiseren. Waar mogelijk en haalbaar wordt gestreefd naar een
versnelling. Een en ander is wel afhankelijk van voldoende rijksmiddelen.
5.5.2.2 Het CDA blijft vasthouden aan
het principe van vrijwilligheid bij de realisatie van de Provinciale
Ecologische Hoofdstructuur.
5.5.2.3 Het behoud van en de zorg voor
onze waardevolle natuur- en landschapsgebieden is van groot belang.
Het gaat hier evenwel om beheer en behoud en niet om het bezit. Het
CDA wil de omslag van aankoop van grond naar particulier, agrarisch
natuurbeheer stimuleren. Daarom dienen natuur- en landschapsgebieden
met een hoge natuurwaarde - ook in de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur
- eerst dan te worden aangekocht wanneer alle andere vormen van beheer
tekortschieten.
5.5.2.4 Agrariërs, particulieren en landgoedeigenaren
hebben een belangrijke functie in het beheer van natuur en landschap.
Waar mogelijk en wenselijk zullen zij worden ingeschakeld bij het
beheer van natuur en landschap. Daar hoort een reële vergoeding met
een langdurig perspectief tegenover te staan. De provincie blijft
hierop aandringen bij de rijksoverheid.
5.5.2.5 Het CDA wil zich inzetten voor
financiële ondersteuning van het natuur- en landschapsonderhoud door
middel van een op te richten "fonds" waaruit "groene
diensten” beloond kunnen worden.
5.5.2.6 Landschap en het ondernemen in
het landschap worden op een evenwichtige manier op elkaar afgestemd.
5.5.2.7 Landschaps- en natuurgebieden
moeten bereikbaar en toegankelijk zijn zodat de mensen ook daadwerkelijk
kunnen genieten van de waardevolle omgeving.
5.5.2.8 Lichtvervuiling in natuurgebieden
wordt, indien het niet ten koste gaat van de sociale veiligheid, tegengegaan.
5.6
Water
5.6.1
Visie
Water is van groot maatschappelijk belang.
De bescherming tegen overstroming en het voorkomen van wateroverlast
vragen extra aandacht. Essentieel daarbij is dat water meer ruimte
krijgt en daarom als een medeordenend principe wordt gehanteerd bij
ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Een breed draagvlak hiervoor
bij burgers, overheden en maatschappelijke organisaties is van belang.
5.6.2
Programmapunten
5.6.2.1 Samen met partners in de waterketen
(waterschappen, gemeenten en drinkwaterbedrijf) zet de provincie zich
in voor een goed ketenbeheer en een integrale aanpak van de waterproblematiek.
5.6.2.2 Vanwege het grensoverschrijdende karakter
is niet alleen interprovinciale maar ook internationale samenwerking
op het gebied van water geboden.
5.6.2.3 Meervoudig grondgebruik kan meer
mogelijkheden voor water, natuur en/of landbouw bieden. Daar waar
mogelijk worden de doelstellingen voor natuur en water met elkaar
gecombineerd, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht.
5.6.2.4 Het CDA vindt het gewenst dat nationale
en Europese geldstromen voor landbouw, natuurontwikkeling en water
zoveel mogelijk in samenhang worden ingezet.
5.6.2.5 De provincie neemt het voortouw in
het regionale waterbeleid voor wat betreft de veiligheid van de burgers.
Een nadrukkelijke samenwerking met de waterschappen, de gemeenten
en Rijkswaterstaat is daarbij onontbeerlijk.
5.7
Milieuzorg
5.7.1
Visie
In het kader van goed rentmeesterschap verdient
het milieubeleid alle aandacht.
5.7.2
Programmapunten
5.7.2.1 Initiatieven op het gebied van
groene energie worden gestimuleerd en ondersteund.
5.7.2.2 Het CDA vindt dat de provincie
een actieve rol moet spelen bij het oplossen van de problematiek van
asbest en andere de volksgezondheid bedreigende zaken.
Hoofdstuk
6
VERKEER EN VERVOER
6.1 Visie
Wij leven in een samenleving waarin mobiliteit
niet meer is weg te denken. Verkeer speelt een belangrijke rol in
ons leven. Gezien de ligging van Overijssel in Nederland lopen door
deze provincie zowel de oost-west-verbindingen als de verbindingen
tussen het zuiden en het noorden. Het is van belang om binnen Overijssel
te beschikken over een goed verkeersnet. Goede verbindingen zijn essentieel
voor de economie. Gewezen kan worden op het woon-werkverkeer en het
goederenvervoer. Er dient derhalve zorg te worden gedragen voor een
optimale bereikbaarheid.
Van belang is ook dat de wegen voldoende veilig
zijn. Door gerichte veiligheidsprogramma's is het aantal verkeersslachtoffers
de laatste jaren teruggedrongen. Dit ondanks een toename van de verkeersintensiteit.
Deze lijn dient de komende jaren te worden voortgezet.
Ook in onze vrije tijd trekken wij er graag
op uit. In toenemende mate wordt de fiets gebruikt voor recreatieve
doeleinden. Het is van belang dat ook de komende jaren wordt geïnvesteerd
in een goed net van fietspaden. Vrijliggende fietspaden dragen bij
aan de veiligheid van schoolroutes.
Naast het verkeer over de weg is ook aandacht
nodig voor het vervoer via water, het spoor en de lucht. De laatste
jaren is een stijging waarneembaar in het gebruik van deze verkeersmogelijkheden.
6.2
Programmapunten
6.2.1 Knelpunten in de bereikbaarheid
van het wegverkeer in Overijssel dienen te worden opgelost. Vaak gaat
het om knelpunten in wegen die tot de verantwoordelijkheid van het
Rijk behoren. De provincie zal richting Rijk actie ondernemen om deze
knelpunten op te heffen. Knelpunten op provinciale wegen dienen uiteraard
door de provincie zelf te worden aangepakt. Concreet betekent dit,
dat de komende jaren aandacht dient te worden geschonken aan:
- A1. Op korte termijn
dienen benuttingsmaatregelen te worden getroffen door de aanleg
van spitsstroken. Zo snel mogelijk dienen 2 x 3 rijstroken te worden
gerealiseerd. Gestreefd wordt naar goede aansluitingen op het Duitse
autowegennet.
- A 28. Op korte
termijn dienen benuttingsmaatregelen te worden getroffen door de
aanleg van spitsstroken. Zo snel mogelijk dienen 2 x 3 rijstroken
te worden gerealiseerd. Aldus wordt een begin gemaakt met de oplossing
van de verkeersproblematiek rondom Zwolle.
- A 18. Op korte
termijn dienen de knelpunten in Haaksbergen en Usselo te worden
opgelost. Op langere termijn dient een autosnelweg te worden gerealiseerd.
- N 340/N 34. Deze
weg dient de komende jaren als stroomweg te worden uitgevoerd met
inbegrip van de omleiding langs Ommen.
- N 35 en A 35.
De tracéprocedure voor de aansluiting op de A 28 (Wythmen-Zwolle)
dient te worden opgestart. De verbinding tussen Almelo en Zwolle
dient tussen Almelo en Wierden als autosnelweg en tussen Wierden
en Zwolle als autoweg te worden uitgevoerd. De knelpunten in Nijverdal
zullen door een combiplan (spoor en weg) worden opgelost. Het deel
tussen Azelo en Buren dient te worden uitgevoerd als 2 x 3 autosnelweg.
Voorts dient de komende jaren aan de oostzijde een aansluiting te
worden gerealiseerd op de A 31 in Duitsland.
- N 50. Aanleg van
de brug bij Ramspol in 2 x 2 rijstroken. Op langere termijn dient
de weg tussen Hattemerbroek en Emmeloord te worden verbreed.
6.2.2 De wegencategorisering
wordt de komende jaren voortgezet en wordt periodiek geëvalueerd.
Op stroomwegen (100 km), op gebiedsontsluitingswegen A (80 km) en
op erftoegangswegen (60 km) dienen zo min mogelijk obstakels in de
vorm van rotondes, chicanes en verkeersdrempels te worden gerealiseerd.
6.2.3 Bij herinrichting van
provinciale wegen en aanpassing van traversen vindt een actieve participatie
plaats van aanwonenden en weggebruikers.
6.2.4 Naast de auto als vervoermiddel
voor het woon-werkverkeer dienen goede alternatieven te worden ontwikkeld.
Dit kan door zorg te dragen voor een goed openbaar vervoer en een
goed fietspadennet rondom de grote steden. Openbaar vervoer en de
fiets zijn ook de ideale vervoermiddelen van en naar school.
6.2.5 Om het gebruik van
het openbaar vervoer te stimuleren dient de aansluiting van trein
en bus op aanvullend vervoer, als fiets en auto, van goede kwaliteit
te zijn. Bij trein- en busstations dient voor voldoende fietsstallingen
en parkeerplaatsen te worden gezorgd. Een gezamenlijke actie van gemeenten,
vervoersmaatschappijen en provincie is hier noodzakelijk.
6.2.6 Het gebruik van de
fiets zal worden gestimuleerd. Dit geschiedt door de aanleg van vrijliggende
fietspaden en door subsidies op aanleg van fietspaden door gemeenten
in het landelijk gebied voor zowel utilitair als recreatief gebruik.
6.2.7 Bijzondere aandacht
wordt besteed aan de veiligheid van de schoolroutes tussen de diverse
kernen.
6.2.8 De komende jaren dienen
lightrailprojecten te worden gestimuleerd in Twente (netwerkstad)
en de Stedendriehoek (Deventer-Apeldoorn-Zutphen).
6.2.9 Vanuit haar opdrachtgevende
rol bij de aanbesteding van regionale spoorlijnen zal de provincie
in samenwerking met vervoerders, gemeenten, beheerders van stations
en railinfrastructuur ernaar streven kwaliteitsverbetering te realiseren.
6.2.10 Het collectief vraagafhankelijk
vervoer (regiotaxi) in West-Overijssel zal worden geëvalueerd. Waar
mogelijk zullen verbeteringen worden doorgevoerd. Met de regio Twente
zal overleg worden gepleegd over het collectief vraagafhankelijk vervoer
in deze regio.
6.2.11 De provincie draagt zorg
voor een goed regionaal openbaar vervoer in West-Overijssel. Dit betekent
adequate verbindingen tussen de diverse kernen, waarbij rekening wordt
gehouden met de verkeersstromen en de aantrekkende werking van de
grote steden. Het openbaar vervoer dient verder enerzijds betaalbaar
te blijven voor de consument en anderzijds zo rendabel mogelijk te
worden georganiseerd. Over het beleid op dit terrein vindt afstemming
plaats met de regio Twente.
6.2.12 Transport van goederen per
spoor en over het water zal worden bevorderd. Ook de mogelijkheden
om vervoer via weg en spoor of water te combineren worden geïntensiveerd.
Daartoe dient de combiterminal te Hengelo te worden uitgebouwd en
een containerterminal bij de in Kampen te realiseren zeehaven te worden
aangelegd. Het CDA wil dat besluitvorming over de combiterminal
in Oldenzaal plaatsvindt in 2003.
6.2.13 Ter bevordering van het
vervoer over het water dienen de bestaande knelpunten in het vaarwegennet
te worden opgeheven. De provincie zal richting Rijk actie ondernemen.
Concreet gaat het daarbij om:
- voldoende doorvaarthoogte
Twentekanalen;
- verdieping van
de vaargeulen in Twentekanalen;
- aanpassing bediening
sluizen Twentekanalen;
- uitbouw kanaal
Almelo-Coevorden door verbreding vaarweg en vervanging van enkele
bruggen;
- bevordering en
verdieping vaargeul Kampen-Kornwerderszand;
- verbreding vaargeul
en aanpassing enkele bochten in Meppelerdiep en de aanleg van een
nieuwe schutsluis te Zwartsluis;
- het uitdiepen
van de IJssel, teneinde de vaargeul op peil te houden.
6.2.14 Het CDA vindt dat de Hanzespoorlijn
tussen Zwolle en Lelystad zo snel mogelijk moet worden aangelegd.
De lijn is zowel voor het goederenvervoer als voor het personenvervoer
van belang. Studie moet worden verricht naar een doortrekking van
deze lijn naar Almelo.
6.2.15 De bevordering van de verkeersveiligheid
blijft hoog op de politieke agenda staan. Dit geschiedt door gerichte
voorlichtingsprogramma's, het terugdringen van verkeersstromen door
woonkernen, het voorkomen van achterstallig onderhoud op provinciale
wegen en het handhaven van verkeersregels.
6.2.16 Bijzondere aandacht wordt
geschonken aan de routering van gevaarlijke stoffen over spoor, water
en weg. Uitgangspunt daarbij is, dat in beginsel geen vervoer plaatsvindt
door woonwijken. Waar dit uitgangspunt niet gehanteerd kan worden,
zullen met de vervoerders afspraken worden gemaakt over de veiligheid
en de uitsluiting van risico's.
6.2.17 De spooremplacementen en
rangeerterreinen in Almelo, Hengelo, Enschede en Oldenzaal dienen
om redenen van veiligheid te worden verplaatst. Hierover zal overleg
plaatsvinden met het Rijk, de desbetreffende gemeenten en de beheerders
van de railinfrastructuur.
Hoofdstuk
7
Zorg, Welzijn, Onderwijs en Cultuur is investeren in mensen
7.1
Visie
Kwaliteit van leven heeft alles te maken met
de leefomgeving, de leefbaarheid en sociale betrokkenheid van mensen.
Kortom met het gevoel van mensen dat ze ergens bijhoren.
Actieve betrokkenheid van inwoners bij het maatschappelijk leven vergroot
het gevoel van welzijn.
Voor alle inwoners van onze provincie - jong en oud, autochtoon en
allochtoon, man en vrouw - is het van belang dat er goed bereikbare,
toegankelijke en diverse maatschappelijke voorzieningen zijn, zowel
in de stad als op het platteland.
In het welzijnsbeleid zal de provincie vooral kaders stellen, knopen
doorhakken en organisaties en instellingen bij elkaar brengen en faciliteren.
Een heldere, coördinerende taak van de provincie is ook op het terrein
van de volksgezondheid van belang. Het CDA houdt steeds een versterking
van sociale verbanden voor ogen en ondersteunt initiatieven op levensbeschouwelijke
basis. Vrijwilligers zijn onmisbaar in onze samenleving. Zij zijn
het cement van de samenleving geworden en moeten dat kunnen blijven.
Dit geldt op het gebied van zorg en welzijn maar ook binnen sport
en cultuur.
Regiovisies in de zorg zijn een goed middel om tot coördinatie en
afstemming te komen, de vraag van patiënten zal het uitgangspunt zijn.
Het onderwijs is een essentieel onderdeel van de sociaal-economische
structuur van de provincie. Via het onderwijsbeleid wil de provincie
een versterking realiseren van de sociale kwaliteit, het welzijn van
de burgers, een goed functionerende arbeidsmarkt en de betrokkenheid
van burgers bij de Overijsselse samenleving.
7.2
Vrijwilligerswerk 7.2
7.2.1 Met de jaarlijkse uitreiking
van de Overijsselse Vrijwilligersprijs voor de verschillende categorieën
geeft de provincie uiting aan haar waardering voor de inzet van de
vele vrijwilligers in het algemeen en van de genomineerden in het
bijzonder.
7.2.2 Vrijwilligerswerk dient
voldoende ondersteund te worden door o.a. voorbereidingscursussen,
regelmatige deskundigheidsbevordering en het scheppen van mogelijkheden
om ervaringen uit te wisselen.
7.3
Zorg
7.3.1 Het CDA bevordert coördinatie
tussen zorgvragers, zorgaanbieders en zorgfinanciers.
7.3.2 De provincie blijft
gebiedsgerichte visies op de zorg ontwikkelen, waarbij de relatie
tussen wonen, arbeid, vervoer en zorg een voorwaarde is. Bereikbaarheid
is in de zorg van levensbelang. In dit verband schenkt het CDA extra
aandacht aan het behoud van kleine ziekenhuizen als basisvoorziening.
7.3.3 Voldoende aanbod
van huisartsen wordt gestimuleerd.
7.3.4 Uitbreiding van
het aantal zorgboerderijen voor zowel dag- en nachtopvang wordt ondersteund.
7.3.5 De provincie houdt
het aantal verpleeghuisbedden in stand en waar nodig wordt dit aantal
uitgebreid.
7.3.6 Het CDA stimuleert
het zodanig spreiden van de standplaatsen voor ambulances en andere
vormen van spoedeisende hulp dat alle inwoners van Overijssel binnen
de vastgestelde tijden bereikt kunnen worden.
7.3.7 Structurele ondersteuning
van patiënten- en consumentenplatforms wordt gestimuleerd.
7.3.8 Grensoverschrijdende
samenwerking met andere provincies en Duitsland wordt ondersteund.
7.3.9 Door schaalvergroting
is het aantal identiteitsgebonden zorg- en welzijnsinstellingen sterk
afgenomen. Dit leidt tot verschraling. De provincie heeft tot taak
deze verschraling tegen te gaan door bijvoorbeeld nieuw particulier
initiatief te honoreren.
7.3.10 Het provinciaal kader jeugdzorg
is richtinggevend voor het jeugdbeleid. In de nieuwe wet op de jeugdzorg
staat centraal dat ieder kind recht heeft op zorg. De provincie voert
op zodanige wijze de regie dat dit ook daadwerkelijk gerealiseerd
kan worden.
7.3.11 De jeugdzorg moet laagdrempelig
en dichtbij huis zijn.
7.3.12 Het vrijwillig jeugdwerk
is een onmisbare schakel in de pedagogische infrastructuur. Het CDA
vindt dat dit stimulering verdient.
7.3.13 In de jeugdzorg zal de aandacht
met name op de preventieve kant gericht worden.
7.3.14 Ouderenbonden worden ondersteund.
7.3.15 De deelname van ouderen aan
advies- en besluitvormende organen in de provincie wordt vergroot.
7.3.16 De nabijheid van voorzieningen
is van belang. In die zin wordt spreiding van instellingen bevorderd.
7.3.17 Het levensloopbestendig wonen
wordt gestimuleerd.
7.3.18 Daar waar de mogelijkheid
zich voordoet, moet palliatieve zorg gestimuleerd worden, onder andere
in de vorm van hospices, waarin de laatste levensfase op een waardige
wijze kan worden doorgebracht.
7.4 Onderwijs
7.4.1 De provincie wil een
bijdrage leveren aan het bevorderen van de participatie van allochtone
jongeren in het onderwijs.
7.4.2 De aanpak van voortijdig
schoolverlaten zal worden versterkt.
7.4.3 De aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
zal extra aandacht krijgen.
7.4.4 De provincie zal met
het oog op bovengenoemde aanpak samen met onderwijsinstellingen, gemeenten
en het bedrijfsleven regiovisies opstellen.
7.4.5 In haar adviserende
rol zal de provincie nadrukkelijk rekening houden met vraag en aanbod
in de regio.
7.4.6 De provincie stimuleert
initiatieven rond de brede school.
7.5 Sport
7.5.1 De beoefening van zowel
beroeps- als amateursport wordt bevorderd door o.a. ondersteuning
van besturen en vrijwilligers van sportinstellingen.
7.5.2 Breedtesport wordt actief
gestimuleerd ten behoeve van socialisatie, integratie en gezondheid.
7.5.3 De Sportraad in Overijssel
blijft zijn stimulerende en activerende functie vervullen.
7.5.4 Professionele sportevenementen
met een uitstralingseffect worden voor de promotie van Overijssel
ondersteund.
7.5.5 Sport voor gehandicapten
en ouderen verdient speciale aandacht bij het subsidiebeleid.
7.6 Kunst
en Cultuur
7.6.1 Het CDA wil uitingen
van kunst en cultuur dichter bij mensen brengen. In het kader van
het subsidiebeleid is dit een criterium. Beroepsmatige en amateurkunst
dienen goed gespreid te worden over de provincie.
7.6.2 Waardevolle monumenten,
beeldbepalende objecten en panden van bijzondere architectonische
kwaliteit en cultuurhistorische betekenis worden zorgvuldig in stand
gehouden.
7.6.3 Ontwikkeling van de
eigen regionale cultuur (waaronder streektaal) en identiteit in (delen
van) Overijssel wordt gestimuleerd.
7.6.4 De Overijsselse professionele
theater- en muziekgezelschappen worden actief ingezet in het kader
van de promotie van cultuur in onze provincie en van de provincie
in Nederland.7.6.5 Het Kulturhusconcept als ontmoetingsplaats
voor culturele en maatschappelijke en zorgfuncties wordt verder over
de provincie verspreid (zie ook 4.6).
7.6.6 Het CDA wil in Overijssel
de samenwerking tussen bibliotheken en onderwijs stimuleren op het
terrein van media-educatie.
Hoofdstuk
8
Financiën
8.1 Visie
Met besturen is geld gemoeid. Het waarmaken
van ambities en beleidsvoornemens gaat met kosten gepaard. Steeds
dient duidelijk te zijn waaraan het geld wordt uitgegeven. Als de
provincie relaties met anderen aangaat ter realisering van projecten
of dergelijke dienen vooraf duidelijke afspraken te worden gemaakt
over de financiële bijdrage, de te bereiken doelstellingen en de verantwoording
hierover.
De uitgaven dienen regelmatig te worden doorgelicht zodat bijstellingen
mogelijk zijn.
8.2 Programmapunten
8.2.1 In de begroting dienen
bij de posten naast de financiële uitgaven ook de beoogde effecten
te worden vermeld. Op deze wijze kan worden nagegaan of het geld ook
op de juiste wijze is besteed. Indien door maatregelen van het Rijk
het niet meer mogelijk is opcenten op de motorrijtuigenbelasting te
heffen, dient gezocht te worden naar een andere provinciale inkomstenbron.
Uitgangspunt daarbij is dat de uitvoering van de inning van deze provinciale
gelden met zo min mogelijk kosten gepaard gaat.
8.2.2 De provinciale uitgaven
dienen regelmatig te worden doorgelicht op effectiviteit en efficiëntie.
Op deze wijze kan het beleid tijdig worden bijgesteld en is het mogelijk
ruimte te creëren voor nieuwe beleidsvoornemens. Indien de financiële
positie daartoe noopt, dient eerst gezocht te worden naar ombuigingen
in plaats van verhoging der lasten.
8.2.3 De stijging van de provinciale
lasten dient in principe beperkt te blijven tot maximaal het percentage
van de inflatie.
8.2.4 De tarieven voor producten
en diensten zijn kostendekkend tenzij dit onbillijk, onredelijk of
maatschappelijk niet verantwoord is.
8.2.5 Bij het aangaan van
relaties met derden ter verwezenlijking van provinciale doelstellingen
dienen vooraf afspraken te worden gemaakt over de besteding
van de provinciale middelen en de verantwoording hierover.
8.2.6 Subsidieontvangers dienen
verantwoording af te leggen over de ontvangen middelen. Indien de
ontvangen provinciale middelen niet zijn uitgegeven aan de daarvoor
aangewezen doelen zal de subsidierelatie worden herzien.
8.2.7 Projecten van derden
die een positieve impuls kunnen geven aan de ontwikkeling van Overijssel
komen in beginsel in aanmerking voor een eenmalige financiële bijdrage
van de provincie.
8.2.8 De zogenoemde IJsselmij-gelden
dienen voor incidentele zaken te worden ingezet. Deze gelden mogen
niet aan de algemene middelen worden toegevoegd. Hetzelfde geldt voor
de middelen die de provincie ontvangt bij afstoting van provinciale
aandelen in bedrijven. |